Herbert Smedema
Herbert Smedema is één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Herbert schrijft geregeld een column in de Maas- en Niersbode onder het kopje: Zakelijk actueel. Tevens volgt hij de ontwikkelingen op vastgoedgebied en bericht hierover op deze website.
Print
Aanpassing besluit vermindering overdrachtsbelasting
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Besluit vermindering overdrachtsbelasting wegens kort opvolgende verkrijging geactualiseerd
De belastingdienst heeft namens het ministerie van Financiën een geactualiseerd besluit uitgebracht over de vermindering van de overdrachtsbelasting wegens een kort opvolgende verkrijging van dezelfde onroerende zaak. Indien de vorige verkrijging korter dan zes maanden vóór de onderhavige verkrijging heeft plaatsgevonden, bestaat onder voorwaarden recht op een vermindering. Het besluit bevat een goedkeuring voor de situatie waarin een aannemer aan een particulier eerst de grond levert (met eventueel een woning in aanbouw) en uiteindelijk de volledig afgebouwde woning. Als de eigenaar van de woning in aanbouw die woning doorverkoopt, maar later dan zes maanden na de levering van de grond plus woning in aanbouw, bestaat onder omstandigheden toch recht op een vermindering van de overdrachtsbelasting.
Volledig bericht
De Wet belastingen van rechtsverkeer kent een fiscale faciliteit voor kort opvolgende verkrijgingen van dezelfde (onroerende) zaak. De faciliteit betreft een vermindering van de te betalen overdrachtsbelasting en geldt alleen bij een verkrijging binnen zes maanden na de vorige verkrijging. De vermindering wordt bereikt door de waarde van de koopprijs te verminderen met de waarde van de vorige koopprijs. Hierbij geldt onder meer als voorwaarde dat ter zake van de voorgaande verkoop overdrachtsbelasting is voldaan, of omzetbelasting is geheven die niet door een ondernemer als voorbelasting kon worden afgetrokken. De belastingdienst heeft namens het ministerie van Financiën een geactualiseerd besluit uitgebracht over de vermindering van de overdrachtsbelasting wegens de kort opvolgende verkrijging. Het besluit bevat een goedkeuring voor de situatie waarin een aannemer aan een particulier eerst de grond levert (met eventueel een woning in aanbouw) en uiteindelijk de volledig afgebouwde woning. Als de eigenaar van de woning in aanbouw deze woning doorverkoopt -maar later dan zes maanden na de levering van de grond plus woning in aanbouw - bestaat onder omstandigheden toch recht op een vermindering van de heffingsgrondslag voor de overdrachtsbelasting. De vermindering ziet op alle reeds in rekening gebrachte bouwtermijnen waarover omzetbelasting is berekend, óók op die van meer dan zes maanden geleden. De koopsom van de ondergrond komt echter niet in mindering op de heffingsgrondslag waarover in de tweede verkrijging overdrachtsbelasting wordt geheven. De goedkeuring vervalt voor zover men bij een toekomstige overdracht van de onroerende zaak over het bedrag van de onderhavige tegemoetkoming volgens dit besluit, wederom aanspraak maakt op een vermindering van overdrachtsbelasting voor een nieuwe kort opeenvolgende verkrijging of bijvoorbeeld voor een levering van de economisch eigendom na een eerdere levering van de juridische eigendom van een onroerende zaak aan dezelfde persoon. Het besluit is op 17 maart jongstleden in werking getreden en werkt terug tot en met 7 maart 2007. Bron: Belastingdienst, 7-3-2007, nr. CPP2006/933M (gepubliceerd 15-3-2007) en PricewaterhouseCoopers.
Volledige tekst van het besluit dd 7 maart 2007
Overdrachtsbelasting. Verkrijging binnen zes maanden na vorige verkrijging; doorverkoop grond met woning in aanbouw
Besluit | 07-03-2007 | nr CPP06-933
Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector Brieven & beleidsbesluiten
Besluit van 7 maart 2007, nr. CPP2006/933M, Stcrt. nr. 53
De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 12 januari 1973, nr. B72/16418 en het besluit van 15 januari 1979, nr. 278-21 654. Met dit besluit wordt geen beleidswijziging beoogd. De genoemde besluiten worden ingetrokken.
1. Inleiding
Bij een verkrijging binnen zes maanden na de vorige verkrijging van dezelfde goederen door een ander wordt de maatstaf van heffing voor de overdrachtsbelasting verminderd (artikel 13 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, hierna: WBR). In mindering komt het bedrag waarover bij de vorige verkrijging was verschuldigd hetzij overdrachtsbelasting naar het gewone tarief welke niet in mindering heeft gestrekt van recht van successie, van schenking of van overgang, hetzij omzetbelasting welke in het geheel niet op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB) in aftrek kon worden gebracht.
2. Goedkeuring bij doorverkoop grond met woning in aanbouw
Bij een koop- en aannemingsovereenkomst levert een aannemer aan een particulier veelal eerst de grond met eventueel daarop een woning in aanbouw en op een later tijdstip de afgebouwde woning. Voor de omzetbelasting is er dan sprake van twee afzonderlijke leveringen. Eén op het moment van de levering van de grond en één op het moment van de oplevering van de woning. Dit betekent dat er voor de toepassing van artikel 13 van de WBR afzonderlijke termijnen gaan lopen, nl. vanaf het moment van de levering van de grond en vanaf het moment van de oplevering van de afgebouwde woning. Gebruikelijk is dat de aanneemsom in termijnen voorafgaand aan de oplevering wordt betaald. Over iedere termijn is omzetbelasting verschuldigd.
Het is mogelijk dat een particulier de hem geleverde grond met daarop een woning in aanbouw doorverkoopt. Als tussen het moment van de levering van de grond en het moment van de doorverkoop een periode van meer dan zes maanden ligt, kan artikel 13 van de WBR niet worden toegepast. Bij deze tussentijdse verkoop van de woning in aanbouw is er voor de omzetbelasting geen sprake van een (op)levering.
GoedkeuringDe heffing van overdrachtsbelasting in de bovenstaande situatie leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Als een perceel grond met daarop een woning in aanbouw buiten de termijn van zes maanden door een particulier wordt doorverkocht, keur ik met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen het volgende goed. De maatstaf van heffing voor de overdrachtsbelasting wordt verminderd met alle vóór het tijdstip van de doorverkoop door de verkoper betaalde bouwtermijnen, waarover omzetbelasting in rekening is gebracht.
Voorbeeld Aannemer A sluit met koper B een koop- en aannemingsovereenkomst. Hierbij draagt A over aan B een perceel grond voor € 100.000 (excl. omzetbelasting). Daarnaast zal A voor B op die grond een woning bouwen. De aanneemsom bedraagt € 200.000 (excl. omzetbelasting) en is te voldoen in tien termijnen. De levering van de grond is op 1 mei 2005. De eerste termijn vervalt op 1 juli 2005 en laatste termijn op 1 april 2006. De datum van oplevering is 1 april 2006. Op 20 januari 2006 draagt B grond met de woning in aanbouw over aan C voor € 240.000. Er zijn op dat moment zeven bouwtermijnen vervallen. C neemt de verplichting over om de nog niet vervallen bouwtermijnen te betalen.
In deze situatie is de woning niet verkregen binnen de termijn van zes maanden na de levering van de grond. De oplevering van de woning moet echter nog plaatsvinden. De maatstaf van heffing voor de overdrachtsbelasting bedraagt € 240.000, zijnde de koopsom die staat tegenover de aankoop van de grond met woning in aanbouw. Op grond van de bovengenoemde goedkeuring komen alle termijnen waarover omzetbelasting in rekening is gebracht (7 X € 20.000) in mindering op de maatstaf van heffing. Ook termijnen die meer dan zes maanden voorafgaand aan de verkoop van de woning in aanbouw zijn vervallen, mogen dus in mindering worden gebracht op de maatstaf van heffing. De koopsom van de grond komt niet in mindering. Voor de toepassing van artikel 13 van de WBR mag er aldus gehandeld worden alsof er bij de verkoop van de woning in aanbouw ten aanzien van die woning een oplevering in de zin van artikel 3, eerste lid, letter c, van de Wet OB heeft plaatsgevonden. De heffingsgrondslag voor de overdrachtsbelasting bedraagt aldus € 100.000.
3. Voorbehoud aan goedkeuring
De goedkeuring vervalt, voor zover bij een toekomstige overdracht van de onroerende zaak, over het bedrag van de tegemoetkoming aanspraak wordt gemaakt op vermindering van overdrachtsbelasting, zoals ingevolge artikel 9, vierde lid, en artikel 13 van de WBR.
4. Ingetrokken regelingen
De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:- 12 januari 1973, nr. B72/16418- 15 januari 1979, nr. 278-21 654
5. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening van het besluit.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 7 maart 2007.
De staatssecretaris van Financiën,namens deze:de directeur-generaal Belastingdienst,Mr. J. Thunnissen,
Overdrachtsbelasting. Verkrijging binnen zes maanden na vorige verkrijging; doorverkoop grond met woning in aanbouw
Besluit | 07-03-2007 | nr CPP06-933
Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector Brieven & beleidsbesluiten
Besluit van 7 maart 2007, nr. CPP2006/933M, Stcrt. nr. 53
De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 12 januari 1973, nr. B72/16418 en het besluit van 15 januari 1979, nr. 278-21 654. Met dit besluit wordt geen beleidswijziging beoogd. De genoemde besluiten worden ingetrokken.
1. Inleiding
Bij een verkrijging binnen zes maanden na de vorige verkrijging van dezelfde goederen door een ander wordt de maatstaf van heffing voor de overdrachtsbelasting verminderd (artikel 13 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, hierna: WBR). In mindering komt het bedrag waarover bij de vorige verkrijging was verschuldigd hetzij overdrachtsbelasting naar het gewone tarief welke niet in mindering heeft gestrekt van recht van successie, van schenking of van overgang, hetzij omzetbelasting welke in het geheel niet op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB) in aftrek kon worden gebracht.
2. Goedkeuring bij doorverkoop grond met woning in aanbouw
Bij een koop- en aannemingsovereenkomst levert een aannemer aan een particulier veelal eerst de grond met eventueel daarop een woning in aanbouw en op een later tijdstip de afgebouwde woning. Voor de omzetbelasting is er dan sprake van twee afzonderlijke leveringen. Eén op het moment van de levering van de grond en één op het moment van de oplevering van de woning. Dit betekent dat er voor de toepassing van artikel 13 van de WBR afzonderlijke termijnen gaan lopen, nl. vanaf het moment van de levering van de grond en vanaf het moment van de oplevering van de afgebouwde woning. Gebruikelijk is dat de aanneemsom in termijnen voorafgaand aan de oplevering wordt betaald. Over iedere termijn is omzetbelasting verschuldigd.
Het is mogelijk dat een particulier de hem geleverde grond met daarop een woning in aanbouw doorverkoopt. Als tussen het moment van de levering van de grond en het moment van de doorverkoop een periode van meer dan zes maanden ligt, kan artikel 13 van de WBR niet worden toegepast. Bij deze tussentijdse verkoop van de woning in aanbouw is er voor de omzetbelasting geen sprake van een (op)levering.
GoedkeuringDe heffing van overdrachtsbelasting in de bovenstaande situatie leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Als een perceel grond met daarop een woning in aanbouw buiten de termijn van zes maanden door een particulier wordt doorverkocht, keur ik met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen het volgende goed. De maatstaf van heffing voor de overdrachtsbelasting wordt verminderd met alle vóór het tijdstip van de doorverkoop door de verkoper betaalde bouwtermijnen, waarover omzetbelasting in rekening is gebracht.
Voorbeeld Aannemer A sluit met koper B een koop- en aannemingsovereenkomst. Hierbij draagt A over aan B een perceel grond voor € 100.000 (excl. omzetbelasting). Daarnaast zal A voor B op die grond een woning bouwen. De aanneemsom bedraagt € 200.000 (excl. omzetbelasting) en is te voldoen in tien termijnen. De levering van de grond is op 1 mei 2005. De eerste termijn vervalt op 1 juli 2005 en laatste termijn op 1 april 2006. De datum van oplevering is 1 april 2006. Op 20 januari 2006 draagt B grond met de woning in aanbouw over aan C voor € 240.000. Er zijn op dat moment zeven bouwtermijnen vervallen. C neemt de verplichting over om de nog niet vervallen bouwtermijnen te betalen.
In deze situatie is de woning niet verkregen binnen de termijn van zes maanden na de levering van de grond. De oplevering van de woning moet echter nog plaatsvinden. De maatstaf van heffing voor de overdrachtsbelasting bedraagt € 240.000, zijnde de koopsom die staat tegenover de aankoop van de grond met woning in aanbouw. Op grond van de bovengenoemde goedkeuring komen alle termijnen waarover omzetbelasting in rekening is gebracht (7 X € 20.000) in mindering op de maatstaf van heffing. Ook termijnen die meer dan zes maanden voorafgaand aan de verkoop van de woning in aanbouw zijn vervallen, mogen dus in mindering worden gebracht op de maatstaf van heffing. De koopsom van de grond komt niet in mindering. Voor de toepassing van artikel 13 van de WBR mag er aldus gehandeld worden alsof er bij de verkoop van de woning in aanbouw ten aanzien van die woning een oplevering in de zin van artikel 3, eerste lid, letter c, van de Wet OB heeft plaatsgevonden. De heffingsgrondslag voor de overdrachtsbelasting bedraagt aldus € 100.000.
3. Voorbehoud aan goedkeuring
De goedkeuring vervalt, voor zover bij een toekomstige overdracht van de onroerende zaak, over het bedrag van de tegemoetkoming aanspraak wordt gemaakt op vermindering van overdrachtsbelasting, zoals ingevolge artikel 9, vierde lid, en artikel 13 van de WBR.
4. Ingetrokken regelingen
De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:- 12 januari 1973, nr. B72/16418- 15 januari 1979, nr. 278-21 654
5. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening van het besluit.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 7 maart 2007.
De staatssecretaris van Financiën,namens deze:de directeur-generaal Belastingdienst,Mr. J. Thunnissen,
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.