Johan Smedema
Johan Smedema is de oprichter en vanzelfsprekend één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Johan houdt de ontwikkelingen op Vastgoedgebied scherp in de gaten en bericht hierover op deze website.
Print
Afschrijving op vastgoed mogelijk
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Verzorgd door
23-09-2004
Verzorgd door:
Mr J. Smedema
Afschrijving op
vastgoed mogelijk
Hof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan in drie procedures van PricewaterhouseCoopers
Belastingadviseurs N.V. over de fiscale afschrijving op beleggingsvastgoed gehouden door
particuliere beleggers en een belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting. In
oktober vorig jaar had dit Hof in twee van deze zaken al een tussenuitspraak gedaan. Het
Hof blijft bij zijn beslissing dat bij de bepaling van de te verwachten restwaarde van
vastgoed zowel inflatoire elementen als (andere) te verwachten omstandigheden die de
waardeontwikkeling (kunnen) beïnvloeden, moeten worden uitgeschakeld. Daarnaast hoeft bij
de afschrijving geen rekening te worden gehouden met (de restwaarde van de) grond.
Volledig bericht
In drie door PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs N.V. gevoerde procedures over de
fiscale afschrijvingen op beleggingsvastgoed gehouden door particuliere beleggers en een
belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting heeft Hof Amsterdam onlangs uitspraak
gedaan. Eerder hebben wij al over de tussenuitspraak van het Hof in twee van deze zaken
bericht.
In deze zaken bestond verschil van mening over het feit of de belastingplichtigen de door
hen geclaimde afschrijvingskosten (volledig) in aftrek mochten brengen. De
belastingplichtigen waren ervan uitgegaan dat de opstallen in waarde daalden aangezien het
volgens hen in het algemeen onafwendbaar is dat er economische veroudering optreedt. Zoals
bij afschrijving op vastgoed gebruikelijk is, werd hierbij een lineaire afschrijving
gehanteerd. De inspecteur stelde zich echter op het standpunt dat de gekozen
afschrijvingstermijn te lang was en dat een hogere restwaarde in aanmerking moest worden
genomen. Bovendien ging de inspecteur uit van de opvatting dat bij het bepalen van de
hoogte van de restwaarde te verwachten toekomstige prijsstijgingen moesten worden
verdisconteerd.
In de uitspraken besliste het Hof dat bij de bepaling van de te verwachten restwaarde
zowel inflatoire elementen als (andere) te verwachten omstandigheden die de
waardeontwikkeling (kunnen) beïnvloeden, moeten worden uitgeschakeld. Het Hof was verder
van mening dat de waarde van de grond bij het bepalen van de afschrijving buiten
aanmerking moet blijven, omdat de grond in principe niet door slijtage of gebruik een
waardevermindering ondergaat. In de zaak over de belastingplichtige voor de
vennootschapsbelasting was daarnaast ook niet gebleken dat de grondwaarde na aankoop
aanmerkelijk en naar verwachting blijvend was gestegen. De afschrijving hoeft dus slechts
aan de hand van de historische kostprijs en de restwaarde van de opstal en de verwachte
gebruiksduur te worden bepaald.
Het Hof vond dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat bij de afschrijving op het
vastgoed moest worden afgeweken van het systeem van gelijkmatige (lineaire) afschrijving.
Tot slot stelde het Hof de gebruiksduur van de onroerende zaken vast op 30 jaar en de
restwaarden van de opstallen tussen de 15% en 20%.
Bron: Hof Amsterdam, 1-9-2004, nrs. 02/06979, 02/06980 en 04/00491
Europaplein 6, 6591 AV Gennep, Telefoon 0485
51 24 95, Fax 0485 51 75 32
info@smedema.nl
www.smedema.nl
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.