Johan Smedema
Johan Smedema is de oprichter en vanzelfsprekend één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Johan houdt de ontwikkelingen op Vastgoedgebied scherp in de gaten en bericht hierover op deze website.
Print
Belemmeringenwet Privaatrecht: nooit van gehoord?
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Belemmeringenwet Privaatrecht
De Belemmeringenwet Privaatrecht biedt overheden de mogelijkheid om openbare werken aan te kunnen leggen op gronden die in eigendom zijn bij particulieren. In de praktijk gaat het vaak om de aanleg van rioolbuizen, elektriciteitsleidingen, peilbuizen et cetera.GerechtigdenOverheden die gerechtigd zijn tot een mogelijk gebruik van de Belemmeringenwet Privaatrecht zijn het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten. Ondernemers kunnen tevens gerechtigd zijn, maar zij moeten van de Kroon een concessie hebben verkregen alsmede een verklaring van openbaar belang. Degene die van plan is om met toepassing van de Belemmeringenwet Privaatrecht de eigendomsrechten van een derde te beperken, moet binnen redelijke grenzen alles in het werk stellen om tot minnelijke overeenstemming te komen met de rechthebbende over het gebruik van de onroerende zaak.ProcedureIndien geen overeenstemming wordt bereikt, zal een verzoek om toepassing van de Belemmeringenwet Privaatrecht moeten worden ingediend bij de Minister van Verkeer en Waterstaat door degene die het openbaar werk wil uitvoeren. Het verzoek zal gedurende veertien dagen ter inzage liggen op het gemeentehuis van de plaats waar het openbaar werk zal worden uitgevoerd. Bovendien moet van de terinzagelegging mededeling worden gedaan in de huis-aan-huisbladen. Na het verstrijken van deze veertien dagen wordt een zitting gehouden waarop rechthebbenden eventuele bezwaren kunnen toelichten. Indien op deze zitting geen overeenstemming wordt bereikt dan kan de Minister een gedoogplichtbeschikking nemen nadat hij advies van Gedeputeerde Staten heeft ingewonnen. De gedoogplichtbeschikking van de Minister wordt ter inzage gelegd op het gemeentehuis. Binnen een maand na de terinzagelegging kan elke rechthebbende het gerechtshof binnen het gebied waarvan de zaak gelegen is om vernietiging van de beschikking verzoeken. Er zijn slechts twee gronden waarop vernietiging kan worden gevraagd. Ten eerste kan de rechthebbende proberen aan te tonen dat zijn belangen ten aanzien van de te belemmeren zaak redelijkerwijze onteigening vorderen. In de tweede plaats kan rechthebbende trachten het Hof ervan te overtuigen dat hij in het gebruik van die zaak meer wordt belemmerd dan redelijkerwijs voor de aanleg, instandhouding of verandering van het werk noodzakelijk is. Het Hof doet hierna uitspraak. De praktijk leert dat beide gronden zelden succes hebben. Tegen de uitspraak van het Hof kan niet in cassatie worden gegaan. Er is echter inmiddels ook rechtspraak die zegt dat een rechthebbende ook andere bezwaren dan de twee hierboven genoemde gronden moet voor kunnen leggen aan een onafhankelijke rechter. Rechthebbende zou dan tegen het besluit van de Minister bezwaar kunnen maken waarna hij in beroep kan bij de administratieve rechter. Door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is een dergelijk beroep al in enkele gevallen gehonoreerd.Een door de Minister opgelegde gedoogverplichting bevat geen regeling betreffende eventuele schadevergoeding. Gedoogverplichtingen bevatten meestal enkel een soort van standaard overweging met als strekking dat in te stellen rechtsvorderingen tot vergoeding van schade ter kennisneming staan van de rechter in het kanton waarin de onroerende zaak is gelegen. Schadevergoeding zal moeten worden gevorderd bij de civiele rechter in een aparte procedure. RijksprojectenprocedureIn de Wet op de Ruimtelijke Ordening is een artikel opgenomen waarin wordt afgeweken van de Belemmeringenwet Privaatrecht. Afwijking is mogelijk wanneer een project valt onder de Rijksprojectenprocedure. Dit betreft ruimtelijke investeringsprojecten die van zodanig belang zijn dat het Rijk deze voor wat betreft de besluitvorming onder eigen regie wil laten realiseren. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een tracé van hoogspanningsleidingen. De minister dient net zoals in de gewone procedure een gedoogbesluit te nemen, maar hij hoeft Gedeputeerde Staten vooraf niet te horen. Tegen een gedoogbesluit kan direct beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De bezwaarprocedure is uitgesloten.Beslissing bindt ook rechtsopvolgersArtikel 6 van de Belemmeringenwet Privaatrecht bepaalt dat besluiten van de Minister als hierboven bedoeld ook gelden voor de volgende rechthebbenden van de betrokken onroerende zaken. Lid 2 van artikel 6 bepaalt dat gedoogbeslissingen van de Minister kunnen worden ingeschreven in de openbare registers. De inschrijving in de registers is facultatief. Inschrijving is echter wel gewenst. Een koper zou immers beroep kunnen doen op goede trouw, inhoudende onbekendheid met het bestaan van het werk, indien de beschikking niet staat ingeschreven in de registers. De Belemmeringenwet Privaatrecht bepaalt dat in de periode dat de gedoogbeslissing van de Minister ter inzage ligt in het gemeentehuis en deze beslissing nog niet is ingeschreven in de registers de koper echter geen beroep kan doen op onvolledigheid van de registers.
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.