Herbert Smedema
Herbert Smedema is één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Herbert schrijft geregeld een column in de Maas- en Niersbode onder het kopje: Zakelijk actueel. Tevens volgt hij de ontwikkelingen op vastgoedgebied en bericht hierover op deze website.
Print
Besluit vrijstelling overdrachtsbelasting bij verdeling gemeenschap samenwoners
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Besluit vrijstelling overdrachtsbelasting bij verdeling gemeenschap samenwoners geactualiseerd en uitgebreid
De belastingdienst heeft namens het ministerie van Financiën een besluit uitgebracht met een actualisering en samenvoeging van bestaand beleid over de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij de verdeling van een gemeenschap tussen samenwoners. Nieuw in het besluit is de toepassing van een goedkeuring in de volgende situatie. Twee nog niet met elkaar samenwonende personen kopen een bestaande woning met de bedoeling daarin te gaan samenwonen. De verbouwing van de woning is zodanig ingrijpend dat bewoning van de woning redelijkerwijs nog niet mogelijk is. Als de relatie nog vóór het gereedkomen van de verbouwing wordt verbroken en de woning aan een van beide personen wordt toebedeeld, is de vrijstelling onder omstandigheden toch mogelijk. In dat geval moet men wel aannemelijk kunnen maken dat het daadwerkelijk de bedoeling was om samen te wonen. Het besluit is op 17 maart jongstleden in werking getreden en werkt terug tot en met 7 maart 2007.
Uitgebreid bericht.
Voor de heffing van overdrachtsbelasting bestaat onder meer een vrijstelling voor de verdeling van een goederengemeenschap tussen samenwoners (de zogeheten samenwonersvrijstelling). Voor deze vrijstelling gelden enkele voorwaarden:1. er is sprake van een verkrijging wegens een verdeling van een gemeenschap tussen samenwoners. Het is ook mogelijk dat de toedeling plaatsvindt aan een rechtsopvolger onder algemene titel (erfgenaam) van een van de samenwoners;2. de gemeenschappelijke zaak, bijvoorbeeld de eigen woning, is door beide samenwoners gezamenlijk verkregen. Van een gezamenlijke verkrijging is geen sprake als iemand die vóór het samenwonen eigenaar is van het geheel, naderhand de helft daarvan overdraagt aan een andere partij;3. beide samenwoners zijn ieder afzonderlijk gerechtigd, waarvan de een tot minimaal 40% en de ander tot maximaal 60% van de woning. De belastingdienst heeft namens het ministerie van Financiën een besluit uitgebracht met een actualisering en samenvoeging van bestaand beleid over de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij de verdeling van een gemeenschap tussen samenwoners. De volgende onderdelen van het besluit zijn noemenswaardig:
1. De vrijstelling is niet beperkt tot de verkrijging door verdeling van het gezamenlijk verkregen woonhuis, maar ziet ook op de verkrijging door verdeling van andere gezamenlijk verkregen onroerende zaken en beperkte rechten (zoals recht van opstal) daarop.
2. De eis van een gezamenlijke verkrijging geldt ook bij de verdeling van bloot eigendom of de verdeling van beperkte rechten (zoals recht van opstal). Dit is ook het geval wanneer de bloot eigendom of het beperkte recht door een opvolgende verkrijging van de resterende rechten is aangegroeid tot vol eigendom.
3. De verdeling van onroerende zaken en beperkte rechten, die verkregen zijn in het zicht van de samenwoning, kunnen onder de volgende voorwaarden, met toepassing van de hardheidsclausule toch onder de vrijstelling vallen:- de zaak of het recht is door de latere samenwoners uiterlijk één jaar voor aanvang van de samenwoning gezamenlijk verkregen,- de samenwoning is daadwerkelijk tot stand gekomen én- aan de overige vereisten voor de vrijstelling is voldaan.Als de gezamenlijke verkrijging een nieuwbouwwoning betreft, geldt beperking van de termijn tot één jaar niet. De woning moet dan na oplevering wel als hoofdverblijf van de samenwoners zijn gaan dienen.
4. De vrijstelling geldt bij een verdeling voordat de samenwoning is beëindigd. Een verdeling na de beëindiging is in beginsel dus niet vrijgesteld. Dat kan in een aantal gevallen onbillijk uitwerken. Met toepassing van de hardheidsclausule is de vrijstelling onder de volgende voorwaarden toch van toepassing op een verdeling die plaatsvindt na de beëindiging van de samenwoning:- de verdeling geschiedt in het kader van de financiële afwikkeling van de samenwoning, én- aan de overige vereisten voor de vrijstelling is voldaan.De verkrijger moet daarbij aan de inspecteur aannemelijk maken dat de verdeling plaatsvindt op grond van afspraken die bij de verbreking van de samenwoning (in geval van gehuwd samenwonenden: bij de echtscheiding) zijn gemaakt over de verdeling van de gemeenschappelijke goederen.
5. De vrijstelling kan alleen worden toegepast tussen samenwoners die bij aanvang voldoen aan de eis van gerechtigdheid in de bandbreedte van 40%-60%. Dat er meerdere samenwoners zijn die in de onroerende zaak gerechtigd zijn, is geen belemmering voor toepassing van de vrijstelling.
6. De vrijstelling ziet op verdelingen tussen samenwoners. In een aantal gevallen heeft men door omstandigheden niet kunnen samenwonen, hoewel men daartoe (aantoonbaar) de intentie had. In deze gevallen zou het onthouden van de vrijstelling bij de verdeling onbillijk uitwerken en is de vrijstelling met behulp van de hardheidsclausule toch van toepassing. Het besluit maakt daarbij onderscheid tussen een huis in aanbouw en de verbouwing van een bestaande woning.
6a. Huis in aanbouwTwee nog niet met elkaar samenwonen de personen hebben samen een woning in aanbouw gekocht met de intentie daarin te gaan samenwonen. Bewoning en samenwoning zijn redelijkerwijs niet mogelijk. De relatie wordt verbroken voordat de woning wordt opgeleverd. Met behulp van de hardheidsclausule mag de vrijstelling toch worden toegepast als de eigenaren aan de inspecteur aannemelijk maken dat zij de intentie hadden daar te gaan samenwonen.
6b. Verbouwing bestaande woning (nieuwe goedkeuring in het onderhavige besluit)Twee nog niet met elkaar samenwonende personen hebben samen een bestaande woning gekocht met de intentie daarin te gaan samenwonen. De woning moet echter eerst ingrijpend worden verbouwd. De relatie wordt verbroken voordat de verbouwing gereed is. De woning wordt aan één van hen beiden toegedeeld. De vrijstelling is met toepassing van de hardheidsclausule onder voorwaarden toch mogelijk. Men moet aannemelijk kunnen maken dat het de bedoeling was om binnen een jaar na de aankoop te gaan samenwonen én aannemelijk kunnen maken dat bewoning van de woning vanwege de ingrijpende verbouwing redelijkerwijs niet mogelijk was. Bij een minder ingrijpende verbouwingen is de bewoning van de woning niet ondenkbaar en heeft men in zulke gevallen zelf in de hand om te gaan samenwonen. Als men besluit om toch niet te gaan samenwonen, zal de hardheidsclausule geen toepassing vinden en is men toch overdrachtsbelasting verschuldigd.
7. Gerechtigdheid in de verhouding 40%-60% geldt vanaf het beginDe vrijstelling is niet van toepassing wanneer de gerechtigdheid van 40%-60% pas later ontstaan is bij elkaar opvolgende verkrijgingen. Aan deze bandbreedte-eis moet namelijk direct bij de eerste gezamenlijke verkrijging zijn voldaan.Het besluit is op 17 maart jongstleden in werking getreden en werkt terug tot en met 7 maart 2007. Bron: Belastingdienst, 7-3-2007, nr. CPP2006/349M (gepubliceerd 15-3-2007) en PricewaterhouseCoopers.
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.