Johan Smedema
Johan Smedema is de oprichter en vanzelfsprekend één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Johan houdt de ontwikkelingen op Vastgoedgebied scherp in de gaten en bericht hierover op deze website.
Print
Box 3: Waardering onroerende zaken
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Verzorgd door
20-02-2004
Verzorgd
door:
Mr J. Smedema
Box 3: Waardering
onroerende zakenOnlangs
heeft de staatssecretaris van Financiën vragen beantwoord over de belastingheffing van
onroerende zaken in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen). Hij gaat daarbij in op de
vaststelling van de waarde in het economische verkeer van
• verhuurde onroerende zaken,
• een tweede woning in het buitenland,
• buitenlandse bos- en natuurterreinen
• op de belastingheffing bij een vruchtgebruiker en bij de bloot eigenaar van een
(eigen) woning.
Volledig bericht
Box 3 belast het inkomen uit sparen en beleggen. Jaarlijks zal een heffing van 30% over
een fictief rendement van 4% van het gemiddelde vermogen plaatsvinden (nadat rekening is
gehouden met het heffingvrije vermogen). Het gemiddelde vermogen is het gemiddelde saldo
van bezittingen en schulden op 1 januari en op 31 december van het jaar (de
rendementsgrondslag). Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën vragen beantwoord
over de belastingheffing van onroerende zaken in box 3. Hieronder volgt een overzicht.
1. Waardering verhuurde panden in box 3
De staatssecretaris heeft aangegeven dat voor de waardering van verhuurde panden niets is
veranderd ten opzichte van de waardering vóór 2001. Ook voor box 3 is het uitgangspunt
de waarde in het economische verkeer. Bij de waardering van verhuurde onroerende zaken kan
volgens de staatssecretaris niet jaarlijks de gemiddelde prijsstijging in aanmerking
worden genomen. De prijsstijgingen van verhuurde panden kunnen namelijk afwijken van de
prijsstijgingen van eigen woningen. De staatssecretaris merkt op dat ook een algemene
afwaardering voor verhuurde panden van de leegwaarde in het economische verkeer niet
mogelijk is, omdat er meerdere factoren zijn die de waarde in verhuurde staat bepalen. Het
is namelijk mogelijk dat een verhuurd bedrijfspand bij een goede verhuur meer oplevert dan
de leegwaarde.
2. Tweede woning in het buitenland
Als iemand een tweede woning in Nederland bezit die hem ook in belangrijke mate ter
beschikking staat, dan zal hij de waarde van de woning in box 3 op de waarde volgens de
Wet waardering onroerende zaken (hierna:WOZ-waarde) moeten stellen. De tweede woning moet
de eigenaar niet anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staan. De
staatssecretaris geeft aan dat als de tweede woning in het buitenland ligt de WOZ-waarde
niet geldt. Buitenlandse woningen hebben namelijk geen WOZ-waarde. Elke tweede woning die
in het buitenland ligt, moet volgens de staatssecretaris op de waarde in het economische
verkeer worden gewaardeerd op de peildata. De staatssecretaris merkt hierbij op dat dit
ook het geval is als de tweede woning in het buitenland volgens een waarderingssysteem
voor onroerende zaken wordt gewaardeerd die overeenkomt met de WOZ.
3. Buitenlandse bos- en natuurterreinen
Voor bos- en natuurterreinen geldt een vrijstelling in box 3. De staatssecretaris is van
mening dat deze vrijstelling ook geldt voor buitenlandse bos- en natuurterreinen. Deze
terreinen behoren dus niet tot het vermogen waarover box 3 belasting heft. De
staatssecretaris merkt op dat voor de buitenlandse terreinen net als voor binnenlandse
terreinen de voorwaarde geldt dat de eigenaar het volle eigendom bezit.
4. Vruchtgebruik en bloot eigendom eigen woning
Een weduwe heeft een recht van vruchtgebruik op een woning en haar dochter het bloot
eigendom.
De staatssecretaris geeft aan dat als de weduwe het vruchtgebruik op de woning heeft
geërfd en de woning haar hoofdverblijf is, de eigenwoningregeling in box 1 van toepassing
is. Alleen als het vruchtgebruik niet via het erfrecht is verkregen, zal de vrouw zijn
belast in box 3 voor de waarde van haar vruchtgebruik. Uitgangspunt voor de waardering van
het vruchtgebruik in box 3 is de waarde in het economische verkeer van de woning op de
peildatum. De waarde van het vruchtgebruik zal hierbij forfaitair worden bepaald. Het
vruchtgebruik zal niet voor de WOZ-waardering in aanmerking komen.
Bij de dochter zal de waarde van het bloot eigendom in box 3 zijn belast. Uitgangspunt
hierbij is volgens de staatssecretaris de waarde in het economische verkeer van de woning.
Hierbij geldt niet de WOZ-waarde, omdat de woning de dochter niet in belangrijke mate ter
beschikking staat, maar juist de vruchtgebruiker. De waarde in het economische verkeer
wordt echter wel verminderd met de waarde van het vruchtgebruik van de weduwe.
Bron: Ministerie van Financiën, 9-2-200 3, nr. CPP2003/2040M, (vrijgegeven ter publicatie
op 17-2-2003)
Europaplein 6, 6591 AV Gennep, Telefoon 0485 51 24 95, Fax 0485 51 75 32
info@smedema.nl
www.smedema.nl
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.