
Newsfeed ophalen
Volg Smedema
In de nieuwe Wro blijft het bestemmingsplan centraal staan. De gemeenteraad stelt namelijk voor het hele grondgebied van de gemeente, eventueel na het nemen van een voorbereidingsbesluit, een of meer bestemmingen vast. Een bestemmingsplan geldt voor de duur van 10 jaar.
Procedure gewijzigd.
De bestemmingsplanprocedure is veranderd: het toezicht van de provincie is weggevallen. Men kan tegen een door de gemeenteraad vastgesteld bestemmingsplan direct beroep instellen bij de Raad van State.
De provincie kan overigens wel een zienswijze indienen tegen het bestemmingsplan of op andere manieren invloed uitoefenen.
De bestemmingsplanprocedure is ook op wijzigings- en uitwerkingsplannen en op projectbesluiten van toepassing.
ProjectbesluitDe belangrijkste wijziging in de nieuwe Wro betreft het afschaffen van artikel 19 (oude WRO) en de introductie van het ‘projectbesluit’.
Het projectbesluit lijkt nog wel een beetje op de ‘oude’ zelfstandige projectprocedure maar verschilt toch. De gemeente is namelijk verplicht om binnen een jaar nadat een projectbesluit onherroepelijk is geworden, een nieuw (postzegel)bestemmingsplan dat het projectbesluit dekt, voor te bereiden. Het projectbesluit loopt dus vooruit op een bijbehorend postzegelbestemmingsplan, dat 10 jaar geldend is.
Goede ruimtelijke onderbouwing. Een projectbesluit moet voorzien zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing.
De gemeenteraad is vrij in de keuze tot het nemen van een projectbesluit. Let op. Het is vooraf belangrijk te weten of in een gemeente projectbesluiten worden genomen. Er zijn namelijk al gemeenten waar dit niet mogelijk is, omdat de gemeenteraad dat zo heeft bepaald!
BeheersverordeningGeen ruimtelijke ontwikkeling.
De beheersverordening is een speciale verordening die door de gemeenteraad wordt vastgesteld en waarin is bepaald dat voor een bepaald gebied geen ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien of gewenst is, bijvoorbeeld een woonwijk die ontwikkeld is of een natuurgebied dat beschermd moet worden.
In een gebied waar een bestemmingsplan geldt, kan geen beheersverordening gelden en andersom: het bestemmingsplan en de beheersverordening sluiten elkaar uit. De beheersverordening geldt maximaal 10 jaar, daarna moet de gemeenteraad een nieuwe beslissing over het gebied nemen.
OntheffingDe ontheffing van een bestemmingsplan kan tijdelijk, voor maximaal vijf jaar, worden verleend en wordt verder vaak gebruikt om kleine bouwwerken, zoals dakkapellen, schuurtjes, erfafscheidingen die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, mogelijk te maken.
Openbare voorbereidingsprocedureAlle plannen, projecten, ontheffingen, e.d. worden in bijvoorbeeld een huis-aan-huisblad bekendgemaakt en worden voor de periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder kan gedurende deze inzageperiode hierop een gemotiveerde reactie (zienswijze) geven.
Het RijkRijksstructuurvisie.
De planologische kernbeslissing, de zogenaamde PKB, bestaat sinds 1 juli 2008 niet meer. Sinds 1 juli 2008 maakt de minister van VROM een Rijksstructuurvisie, waarin de hoofdlijnen van het landelijke ruimtelijke beleid zijn opgenomen.
Invloed uitoefenen.
De minister van VROM kan verder in plaats van de gemeente, in het belang van een goede ruimtelijke ordening, regels stellen, aanwijzingen geven en zelfs overgaan tot handhaving. Bijvoorbeeld het opleggen van een dwangsom als er sprake is van overtreding van een regel in de nieuwe Wro.
Met deze bevoegdheden probeert het Rijk ook in de nieuwe situatie invloed te hebben en te houden op zowel de provincie als de gemeente.
De provincieProvinciale structuurvisie.
Sinds 1 juli 2008 kunnen er geen streekplannen meer worden gemaakt. In plaats daarvan maakt de provincie één of meer provinciale structuurvisie(s), waarin de hoofdlijnen van de ontwikkeling van bepaalde gebieden in een provincie zijn opgenomen. Deze structuurvisies worden erg belangrijk, want gemeenten zijn verplicht om hun bestemmingsplannen mede op deze visie(s) af te stemmen.
Alle PKB’s en streekplannen die voor 1 juli 2008 zijn vastgesteld, blijven gewoon van toepassing totdat hun werkingstijd (streekplannen 10 jaar) zijn verstreken.
Provinciale verordening en aanwijzingDe provincie kan ook op andere manieren invloed uitoefenen op bijvoorbeeld bestemmingsplannen van gemeenten. Namelijk door middel van het maken van een speciale provinciale verordening waarin regels over de inhoud van bestemmings-plan(nen) kunnen worden opgenomen of door het geven van een aanwijzing.
In deze aanwijzing kan de provincie bijvoorbeeld bepalen dat een gemeente binnen een bepaalde termijn een bestemmingsplan moet vaststellen of een voorbereidingsbesluit moet nemen.
Invloed op inhoud bestemmingsplanZienswijze.
Als de provincie het niet eens is met een bepaald onderdeel van een bestemmingsplan, dan kan zij, net als andere belanghebbenden, een ‘zienswijze’ indienen.
Als de gemeente deze zienswijze niet overneemt, dan kan de provincie, in het uiterste geval, een aanwijzing geven dat een bepaald deel van het bestemmingsplan buiten toepassing blijft.
Dat kan dus nogal wat consequenties hebben voor mensen met bouwplannen die net binnen dat deel van het bestemmingsplan liggen, want voor dat gedeelte blijft dan het oude bestemmingsplan gelden.
InpassingsplannenDaarnaast kunnen Rijk en provincie via zogenaamde ‘inpassingsplannen’ delen van een bestemmingsplan zelf vaststellen en/of bepaalde bevoegdheden van het college van B en W en de gemeenteraad afnemen.
Gelukkig moeten Rijk en provincie goed motiveren waarom ze tot deze vergaande maatregelen overgaan en is er voldoende inspraak, maar het kan voor een indiener van een bouwplan wel erg lang gaan duren.