Johan Smedema
Johan Smedema is de oprichter en vanzelfsprekend één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Johan houdt de ontwikkelingen op Vastgoedgebied scherp in de gaten en bericht hierover op deze website.
Print
De eigen woning en belastingen in 2004 en 2005
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Verzorgd door
27-02-2004
Verzorgd
door:
Mr J. Smedema
De eigen woning en de
belastingen in 2004 en 2005
Het belastingplan 2004 heeft ingrijpende consequenties voor de eigen woning. Sommige
veranderingen zijn al per 1 januari 2004 ingegaan; andere staan ons nog te wachten voor
2005. Het Ministerie van Financiën heeft op de eigen website een toelichting gegeven op
de zogeheten bijleenregeling in diverse situaties. De toelichting is gebaseerd op de
informatie die te vinden op www.belastingdienst.nl.
Alvorens als Smedema, Makelaars•taxateurs u nader te kunnen informeren, is het nodig
te weten wat er precies onder een eigen woning wordt verstaan.
*
Wat is een eigen woning?
Voor de inkomstenbelasting is een eigen woning:
een gebouw (of een gedeelte daarvan, zoals een
appartement);
een schip (mits duurzaam aan één plaats
gebonden);
een woonwagen (mits duurzaam aan één plaats
gebonden);
waarbij de woning permanent als hoofdverblijf
ter beschikking staat (op grond van eigendom of vruchtgebruik dat door erfrecht verkregen
is).
Bijzonderheden:
een leegstaande woning geldt als eigen woning
wanneer hij gedurende het huidige kalenderjaar (of maximaal twee jaar daarvoor) ter
beschikking stond aan de belastingplichtige, en als hij aantoonbaar te koop stond;
een woning in aanbouw geldt als eigen woning
wanneer hij in het huidige kalenderjaar (of maximaal twee jaar daarna) ter beschikking zal
komen te staan aan de belastingplichtige;
bij echtscheiding kan de woning tot maximaal
twee jaar na het verlaten ervan als eigen woning van de belastingplichtige worden
aangemerkt, wanneer de woning als hoofdverblijf ter beschikking blijft staan van de
ex-partner;
bij een ziekte die tot een tijdelijk verblijf
buitenshuis leidt, kan de woning maximaal twee jaar als eigen woning van de
belastingplichtige worden aangemerkt, als hij of zij in een officiële zorginstelling
verblijft;
bij verblijf in onder andere het buitenland
kan de woning als eigen woning blijven gelden, mits de woning tenminste een jaar (of
langer) volledig ter beschikking stond van de belastingplichtige, en de woning niet aan
derden ter beschikking wordt gesteld, en er geen sprake is van een andere eigen woning;
in principe blijft een eigen woning gewoon het
hoofdverblijf als hij tijdelijk aan derden ter beschikking wordt gesteld (bijvoorbeeld bij
een tijdelijke woningruil);
een belastingplichtige en zijn of haar partner
kunnen samen maar één eigen woning hebben. Bij meerdere woningen dient een keuze gemaakt
te worden (zo niet, dan is er helemaal geen eigen woning) en op de keuze kan binnen het
lopende kalenderjaar niet worden teruggekomen. De woning die niet gekozen is, wordt belast
in Box 3;
bij een onderneming, bijvoorbeeld een winkel
of een praktijk, dan hoort het deel dat voor de onderneming wordt gebruikt
(winkelgedeelte, praktijkgedeelte, etc.) niet tot de eigen woning.
Fiscale basisprincipes
Voor de eerste eigen woning is Box 1 van toepassing, omdat daar het inkomen uit werk en
wonen in belast wordt. Eventuele overige woningen worden belast in Box 3. Dat is de
basisregel. Wat dit in de praktijk betekent, met name voor Box 1, leest u hierna.
Inkomen uit wonen
Het 'inkomen uit wonen' omvat met name de volgende posten:
het voordeel van het hebben van een eigen
woning, uitgedrukt in het zogenaamde eigenwoningforfait (voorheen huurwaardeforfait);
het voordeel uit een kapitaalverzekering
(levensverzekering) die bedoeld is om de hypotheek af te lossen, tenzij de uitkering is
vrijgesteld (zie voor de uitleg hierna).
Aftrekposten
Het 'inkomen uit wonen' kan verminderd worden met een aantal aftrekbare kosten:
de rente van schulden voor de eigen woning;
meestal zal het daarbij gaan om hypotheekrente, maar ook de rente voor een lening bij de
ouders kan hieronder vallen;
de kosten van geldleningen, zoals de taxatie-
en notariskosten voor de hypotheek, de afsluitprovisie van de hypotheek, etc.;
de boeterente als een hypotheek wordt
overgesloten (alleen de boete zelf; niet de rente voor een lening die bedoeld is om de
boete te betalen);
de rente voor een lening die is aangegaan voor
onderhoud en verbetering van de woning (dus niet de onderhoudskosten zelf).
periodieke betalingen voor erfpacht, etc.
de rente voor een lening die is aangegaan om
de erfpacht af te kopen (dus niet de afkoopsom zelf);
Eigenwoningforfait
Het eigenwoningforfait (voorheen huurwaardeforfait) is een bijtelling bij het inkomen dat
afhankelijk is van de waarde van het huis:
meer dan maar niet meer dan bijtelling
- EUR 12.500,- nihil
EUR 12.500,- EUR 25.000,- 0,3% van de waarde
EUR 25.000,- EUR 50.000,- 0,5% van de waarde
EUR 50.000,- EUR 75.000,- 0,65% van de waarde
EUR 75.000,- en hoger 0,85% van de waarde, maar maximaal EUR 8.500,-
Voor 'de waarde' geldt de WOZ-waarde te nemen (Wet waardering onroerende zaken). De
betreffende beschikking ontvangt u van uw gemeente, in het kader van onder andere de OZB
(onroerende zaakbelasting). De peildatum voor het tijdvak 2005-2008 is 1 januari 2003. De
desbetreffende beschikking krijgt u begin 2005.
Vrijgestelde uitkering kapitaalverzekering
Het rentedeel in de uitkering van een kapitaalverzekering (levensverzekering), die bedoeld
is om de hypotheek van de eigen woning af te lossen, is onder de volgende voorwaarden
vrijgesteld voor de inkomstenbelasting (we noemen de belangrijkste):
er moet minstens 20 jaar premie zijn betaald,
waarbij de hoogste premie niet meer dan 10 maal de laagste bedraagt. Bij voortijdig
overlijden doet de termijn niet meer terzake;
als de uitkering niet hoger is dan €
31.200,- is 15 jaar premie betalen voldoende;
het maximaal vrijgestelde bedrag is €
137.500,-. Het meerdere is belast voor de inkomstenbelasting;
de verzekeraar moet een officiële
verzekeringsmaatschappij zijn; een eigen BV is dus niet toegestaan.
De bovengenoemde bedragen zijn de bedragen per persoon (voor 2004). Bij partners kunt u
dus het dubbele nemen.
Ondernemingswoningen
Een eigen woning die tot het ondernemingsvermogen behoort, zoals een winkelwoonhuis,
boerderij of een dokterswoning, wordt gewoon belast in Box 1. Hiervoor gelden echter wel
speciale regels:
alle kosten, van hypotheekrente tot
onderhoudskosten en energiekosten, zijn volledig aftrekbaar (als kosten voor de
onderneming);
bij verkoop van de woning is de boekwinst
belast (let op dus!) en is een eventueel verlies aftrekbaar;
u krijgt een bijtelling bij uw inkomen wegens
privé-gebruik, die hoger is dan het gebruikelijke eigenwoningforfait, omdat alle kosten
aftrekbaar zijn.
Beperking hypotheekrenteaftrek: de
bijleenregeling
Het is al geruime tijd niet meer mogelijk om de rente voor consumptief krediet af te
trekken. De overheid wil immers geen subsidie geven op zeilboten of dure vakanties. Toch
was er wel degelijk nog een sluipweg om zulke uitgaven fiscaal te laten financieren,
namelijk door gebruik te maken van de winst op de verkoop van een huis (het verschil
tussen de verkoopprijs en de hoogte van de hypotheek). Als je die winst gebruikte voor
consumptieve bestedingen, en vervolgens een volledige hypotheek nam op het nieuwe huis,
had een deel van die hypotheek immers betrekking op de consumptieve bestedingen. En dat
kon flink oplopen, vanwege de sterk gestegen huizenprijzen van de laatste jaren.
Met ingang van 1 januari 2004 behoort deze sluipweg definitief tot het verleden, omdat u
fiscaal gezien min of meer verplicht bent om de winst op het oude huis te gebruiken voor
de financiering van het nieuwe huis. Dit staat bekend als de zogenaamde bijleenregeling.
Het Ministerie van Financiën heeft op de eigen website een toelichting gegeven op de
zogeheten bijleenregeling in diverse situaties. De toelichting is gebaseerd op de stand
van zaken van het belastingplan 2004.
De gedachte achter de bijleenregeling is om gelijkheid te creëren tussen
eigenaar-bewoners die verhuizen en zij die dat niet doen. Zonder de bijleenregeling zouden
verhuizende eigenaar-bewoners vanwege hun verhuizing naar een nieuwe eigen woning een deel
van de overwaarde kunnen vrijmaken voor andere bestedingsdoelen. Honkvaste
eigenaar-bewoners hebben geen recht op renteaftrek over een extra geldlening tenzij zij
deze zijn aangegaan voor verbetering of onderhoud van de eigen woning. Het kabinet vindt
deze ongelijkheid ongewenst. Vandaar de bijleenregeling.
Basisprincipe
De bijleenregeling komt erop neer dat bij verhuizing de eigenwoningschuld slechts verhoogd
mag worden voorzover de hogere prijs van de aanschaf en eventuele verbetering van de
nieuwe woning niet kan worden betaald uit de opbrengst van de oude woning.
Vanzelfsprekend is het niet verboden om een hogere hypotheek te nemen, maar het meerdere
verhuist dan van Box 1 naar Box 3, waar de rente niet meer aftrekbaar is. Uiteraard
vermindert de schuld wel de heffingsgrondslag in Box 3.
Nieuwe begrippen
De bijleenregeling ziet er simpel uit, maar kan in de praktijk toch wel wat ingewikkelder
uitpakken omdat er allerlei bijzondere situaties kunnen optreden. Zoals verhuizing naar
een goedkopere woning in plaats van een duurdere, of het kopen van een nieuwe woning als
de oude nog niet verkocht is. Wat gebeurt er dan? Om dit soort situaties te kunnen
beschrijven, is een aantal nieuwe begrippen geïntroduceerd. We zullen ze hieronder noemen
en toelichten, zodat er wat makkelijker over te praten valt.
De eigenwoningschuld is dat deel van de hypotheekschuld waarvoor aftrekmogelijkheden (in
Box I) bestaan. Meestal zal de eigenwoningschuld gelijk zijn aan de hypotheekschuld, maar
dat hoeft niet. Een deel van de hypotheekschuld kan bijvoorbeeld in Box 3 zitten. Met name
wanneer er meer is bijgeleend dan fiscaal is toegestaan.
Even terzijde: de regeling geldt niet alleen voor hypotheekschulden, maar voor alle
schulden die zijn aangegaan voor de financiering van de eigen woning. In de praktijk
plegen dit soort schulden echter verzekerd te zijn door middel van een hypotheek. Vandaar
dat we spreken van hypotheek.
Het vervreemdingssaldo is de verkoopprijs van de oude woning minus de bestaande
hypotheekschuld.
De eigenwoningreserve is een virtueel potje waarin het vervreemdingssaldo 'gestort' moet
worden. De inhoud van dit potje komt niet in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek.
Let op: na vijf jaar zakt een eventuele eigenwoningreserve terug naar nul. De
woningbezitter begint dan weer met een schone lei. Zo'n situatie -- van een langdurig
bestaande eigenwoningreserve -- kan zich onder andere voordoen bij verhuizing naar een
goedkopere woning of een huurwoning.
Rekenvoorbeeld
Hieronder vindt u een rekenvoorbeeld voor de meest voorkomende situatie, waarbij verhuisd
wordt naar een duurder huis.
1. verkoop oude woning € 260.000,--
af: bestaande hypotheek € 50.000,--
eigenwoningreserve € 210.000,--
2. aankoop nieuwe woning € 350.000,--
af: eigenwoningreserve € 210.000,--
af: bestaande hypotheek € 50.000,--
bij te lenen bedrag € 90.000,--
3. maximaal te financieren bedrag:
bestaande hypotheek € 50.000,--
bij te lenen bedrag € 90.000,--
totaal € 140.000,--
Starters
Voor starters op de woningmarkt verandert er niets. Die beginnen immers met een
eigenwoningreserve van € 0,00.
Verhuizen naar een goedkoper huis
Bij verhuizing mag een bestaande hypotheek altijd meegenomen worden naar het nieuwe huis.
Dat kan gunstig uitpakken als u naar een goedkoper huis verhuist.
In afwijking van de hoofdregel hoeft de eventuele winst bij verkoop van het oude huis (het
vervreemdingssaldo) niet gebruikt te worden voor de financiering van het nieuwe huis.
Indien gewenst kan die winst dus nog steeds gebruikt worden voor consumptieve doeleinden.
Let op: in dit geval wordt wél een eigenwoningreserve gevormd, waar echter niets mee
gebeurt. Deze eigenwoningreserve blijft vijf jaar staan. Wanneer u dus binnen vijf jaar
opnieuw verhuist, maar dan naar een duurder huis, treedt de bijleenregeling alsnog in
werking. Het heeft dus geen zin om even een jaartje naar een goedkoper huis te gaan, om de
bijleenregeling te omzeilen.
Voor de slimmeriken onder u: verhuizen naar een goedkoper huis via de omweg van een
duurder huis heeft eveneens geen zin. De overheid heeft deze truc bij voorbaat al
doorzien, en heeft daarom als eis gesteld dat men minstens zes maanden in het nieuwe huis
moet blijven wonen. Daardoor bent u overdrachtsbelasting verschuldigd, waardoor de
eventuele winst vaak weer teniet wordt gedaan.
Verhuizen naar een huurhuis
Voor verhuizing naar een huurhuis geldt hetzelfde als voor verhuizing naar een goedkoper
huis. De eventuele verkoopwinst kan dus gebruikt worden voor consumptieve doeleinden, maar
blijft wel vijf jaar staan. Overigens is dit wel een aantrekkelijke optie: eerst verhuizen
naar een huurhuis, daar vijf jaar in blijven wonen, en het dan kopen. Ook interessant voor
vermogensoverdracht (van ouders naar kinderen).
Twee eigen woningen
Er zijn drie situaties waarin u tegelijkertijd twee eigen woningen heeft:
• het oude huis is nog niet verkocht, terwijl het nieuwe al betrokken is;
• of u blijft nog even wonen in uw oude huis, in afwachting van de oplevering van een
nieuwbouwwoning;
• of u bent net gescheiden en uw ex-partner blijft voorlopig nog in het oude huis
wonen.
In dit soort gevallen is het toegestaan om een hypotheek te nemen voor de volledige
koopsom van de nieuwe woning. De rente is dan volledig aftrekbaar in Box 1. Zodra het oude
huis verkocht wordt, moet de eigenwoningreserve die dan meestal zal ontstaan, alsnog in
het nieuwe huis gestopt worden. De eigenwoningschuld wordt dan opnieuw vastgesteld.
Uiteindelijk is de situatie dan precies hetzelfde als in het standaardgeval.
Waarschuwing
De nieuwe bijleenregeling betekent dat u zich wel twee maal moet bedenken voor u uw
hypotheek aflost. Want hoe lager de hypotheekschuld, hoe hoger de eigenwoningreserve. Zie
het rekenvoorbeeld dat hiervoor is vermeld.
Monumenten
Monumenten vergen meer onderhoud dan gewone woningen, en er is de overheid natuurlijk veel
aan gelegen dat ons culturele erfgoed goed wordt onderhouden. Vandaar dat hiervoor een
speciale -- gunstige -- regeling in het leven is geroepen.
Voor de bijzondere aftrekmogelijkheden gaat het uitsluitend om Rijksmonumenten. Beschermde
stadsgezichten en andere gemeentelijke of provinciale cultuurschatten tellen derhalve niet
mee.
De volgende posten komen in aanmerking voor belastingaftrek (in het kader van de
persoonsgebonden aftrek):
als het een eigen woning betreft: alle kosten,
lasten en afschrijvingen (met uitzondering van erfpacht, etc.), verminderd met 1,15% van
de eigenwoningwaarde, waarbij de vermindering minimaal € 136,- en maximaal €
11.750,- bedraagt. De aftrekbare kosten, lasten en afschrijvingen mogen overigens niet
hoger zijn dan wat gebruikelijk is;
als het geen eigen woning betreft: de
onderhoudskosten, verminderd met 4% van de waarde bij het begin van het jaar;onder
“de waarde” wordt verstaan: de waarde van het pand in het economisch verkeer.
De bovengenoemde percentages en bedragen
gelden voor 2004. Aan het begin van elk kalenderjaar worden de percentages en bedragen
bijgesteld.
Vruchtgebruik
In principe is er bij 'gewoon' (dus niet geërfd) vruchtgebruik geen sprake van een eigen
woning. Vruchtgebruik dient dus opgegeven te worden in Box 3. Ook de eigenaar van het
bloot eigendom geeft zijn bezit op in Box 3.
Van dit soort vruchtgebruik is onder andere sprake bij ouders die hun huis nog tijdens hun
leven aan hun kinderen overdoen en er zelf in blijven wonen.
De booteigenaar en de vruchtgebruiker hoeven samen niet meer dan 100% van de waarde van
het huis op te geven. Als bijvoorbeeld de waarde van het vruchtgebruik op 70% gesteld is,
dan hoeft de booteigenaar slechts 30% op te geven.
Geërfde woningen en geërfd vruchtgebruik
Als u een woning geërfd heeft, dan bent u de bezitter van een eigen woning, en geldt dus
de eigenwoningregeling. Hetzelfde geldt voor geërfd vruchtgebruik, dat ontstaan kan zijn
bij een vruchtgebruiktestament.
Dat heeft twee consequenties:
• de weduwe of weduwnaar doet aangifte van een eigen woning in Box 1 (alsof men vol
eigenaar is);
• de kinderen hebben het bloot eigendom en geven dat aan in Box 3.
In dit geval is er dus sprake van dubbele belastingheffing!
Onder het nieuwe erfrecht, of als er sprake is van een ouderlijke boedelverdeling, is het
volgnede van toepassing. In dat geval heeft de weduwe of weduwnaar de woning, en hebben de
kinderen een vordering op hem of haar. Over deze vordering hoeft geen belasting betaald te
worden (hij is 'gedefiscaliseerd' zoals dat heet), waardoor er slechts een enkelvoudige
belastingheffing is en geen dubbele.
Geen eigenwoningforfait bij afgeloste hypotheek (Plan Hillen)
Met ingang van 1 januari 2005 hoeft er waarschijnlijk geen eigenwoningforfait meer
bijgeteld te worden, als er sprake is van een geheel of bijna geheel afgeloste hypotheek.
Dat zal vooral interessant zijn voor senioren die hun hypotheek al grotendeels of zelfs
helemaal afbetaald hebben. We hebben dat te danken aan het ex-kamerlid Hans Hillen.
Tot nu toe stond er eigenlijk een straf op het aflossen van een hypotheek. Iemand mét een
hypotheek kan immers de bijbehorende (rente-)kosten aftrekken, terwijl een afgeloste
hypotheek geen voordelen meer biedt. Integendeel: er resteren dan alleen maar nadelen, met
name het eigenwoningforfait.
Om deze oneerlijkheid op te lossen wordt vanaf 1 januari 2005 het eigenwoningforfait
feitelijk op nul gesteld als het saldo van de kosten (zoals hypotheekrente, etc.) en de
baten (eigenwoningforfait en kapitaalverzekering eigen woning) positief is.
Let op: omdat de overheid krap bij kas zit, gaat deze regeling pas in op 1 januari 2005.
Werkkamer en kantoor aan huis
Met ingang van 1 januari 2005 gaat er flink wat veranderen met betrekking tot de
werkruimte in de eigen woning. Eigenlijk hoort dit al bij het Belastingplan 2004, maar
vanwege de ingrijpende veranderingen vond men het wenselijk om u een jaar de tijd te geven
om de nodige actie te ondernemen. Bijvoorbeeld verbouwen... want dat zou wel eens nodig
kunnen zijn.
Basisprincipes
Een werkruimte aan huis heeft gevolgen voor de loonbelasting (LB), de inkomstenbelasting
(IB) en de vennootschapsbelasting (Vpb). Het basisprincipe is als volgt: als er sprake is
van een werkruimte in de eigen woning, die voldoet aan de daarvoor geldende eisen, dan
hoeft er geen LB of IB over de huur betaald te worden, maar is er ook geen aftrek mogelijk
in de BV.
Essentieel is dus of een werkruimte aan de daarvoor geldende eisen voldoet:
de zelfstandigheids-eis - de werkruimte moet een zelfstandig deel van de eigen woning
vormen. Er moet bijvoorbeeld sprake zijn van een eigen ingang of een eigen opgang, of het
kan gaan om een gebouwtje in de tuin. Een eigen WC strekt tot aanbeveling. Een handig
criterium is ook of deze ruimte aan een derde verhuurd zou kunnen worden. Een slaapkamer
of een zolderkamer komt daarvoor meestal niet in aanmerking;
de inkomens-eis - vanuit deze werkruimte moet het grootste gedeelte (70%) van het inkomen
verdiend worden.
Fiscale gevolgen
Als er sprake is van een zelfstandige werkruimte die tot het privé-vermogen behoort, dan
heeft dat de onderstaande gevolgen.
1. Als de werkruimte wordt gebruikt in de onderneming of voor overige zelfstandige
werkzaamheden, dan geldt:
• over de werkruimte hoeft geen eigenwoningforfait te worden aangegeven;
• de werkruimte en de bijbehorende hypotheekschuld (evenredig toe te rekenen) valt in
Box 3. Dat deel van de hypotheekrente is dus ook niet aftrekbaar. Ook is dan een deel van
de kapitaalverzekering die aan de eigen woning verbonden is, belastbaar in Box 3;
• ten laste van de winst uit onderneming, of het resultaat uit overige werkzaamheden,
mag 4% van de waarde van de werkruimte in Box 3 worden gebracht, plus de huurderslasten
van de werkruimte.
2. Als u in dienst bent bij een derde, dan geldt:
• over de werkruimte moet wél eigenwoningforfait worden aangegeven;
• de vergoeding voor de werkruimte is onbelast (tot een bepaald maximum).
3. Als u in dienst bent bij uw eigen BV, dan geldt:
• over de werkruimte hoeft geen eigenwoningforfait aangegeven te worden;
• de werkruimte valt onder het resultaat uit overige werkzaamheden. De vergoeding die
de BV betaalt én eventuele veranderingen in de waarde zijn onderhevig aan
belastingheffing;
• eventuele kosten zijn aftrekbaar;
• de BV kan de vergoeding aftrekken.
4. Als de werkruimte gebruikt wordt door uw (huwelijks-)partner, dan geldt:
• over de werkruimte hoeft geen eigenwoningforfait aangegeven te worden;
• de werkruimte valt onder het resultaat uit overige werkzaamheden. De vergoeding die
uw partner betaalt én eventuele veranderingen in de waarde zijn onderhevig aan
belastingheffing;
• eventuele kosten zijn aftrekbaar;
• uw partner kan de vergoeding aftrekken.
Gennep, 27 februari 2004
Smedema, Makelaars•taxateurs
*********************************************
Europaplein 6, 6591 AV Gennep, Telefoon 0485 51 24 95, Fax 0485 51 75 32
info@smedema.nl
www.smedema.nl
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.