Herbert Smedema
Herbert Smedema is één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Herbert schrijft geregeld een column in de Maas- en Niersbode onder het kopje: Zakelijk actueel. Tevens volgt hij de ontwikkelingen op vastgoedgebied en bericht hierover op deze website.
Print
Eigen woning bij verblijf in het buitenland: voetangels en klemmen
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Voetangels en klemmen met de eigen woning bij verblijf in het buitenland
//alert(document.getElementById("TitleBar").innerHTML);
titlebar = document.getElementById("TitleBar");
tbhtml = titlebar.innerHTML;
tbhtml= tbhtml.replace(/emailpage/,"emailpagepwc");
tbhtml= tbhtml.replace(/printPreview/,"printPage");
titlebar.innerHTML = tbhtml;
Op de eigen woning waarin men duurzaam woont (het hoofdverblijf), is in beginsel de eigenwoningregeling van toepassing. Eventueel betaalde hypotheekrente is daarbij aftrekbaar van het in aanmerking te nemen eigenwoningforfait. Bij tijdelijk verblijf in het buitenland (bijvoorbeeld wegens vakantie) blijft de eigenwoningregeling gewoon van toepassing. In geval van een tijdelijke uitzending naar het buitenland is de eigenwoningregeling echter nog slechts onder strikte voorwaarden van toepassing op de (Nederlandse) woning. Een tijdelijke verhuur van de (Nederlandse) woning leidt dan tot onherroepelijk verlies van de eigenwoningregeling op die woning. Dat kan tot onvoorziene onaangename verrassingen leiden, zeker als op de woning nog een hypotheek rust met rentelasten van enige omvang. De betreffende woning met hypothecaire lening verhuizen dan van box 1 naar box 3. Eventueel betaalde hypotheekrente is dan niet langer aftrekbaar. Illustratief hierbij is een recent arrest van de Hoge Raad. Wees daarom hierop bedacht bij de (financiële) afweging of u bij uitzending naar het buitenland uw woning in Nederland nog wilt aanhouden.
Volledig bericht
Op de eigen woning waarin men duurzaam woont, is in beginsel de eigenwoningregeling van toepassing. Eventueel betaalde hypotheekrente is daarbij aftrekbaar van het in aanmerking te nemen eigenwoningforfait. Bij tijdelijk verblijf in het buitenland behoudt de eigen woning in Nederland in fiscaal opzicht de fiscale status van eigen woning. Zo verlegt men bij een langere vakantie in het buitenland nog niet de woonplaats naar het buitenland. Verhuurt men tijdens de vakantie tijdelijk de woning, dan geldt een bijzondere fiscale regeling. Driekwart van de verhuuropbrengsten wordt belast in box 1, eventueel betaalde hypotheekrente blijft aftrekbaar. Een tijdelijke uitzending naar het buitenland, waarbij men de woning in Nederland aanhoudt, heeft altijd gevolgen voor de eigenwoningregeling. Voor die gevallen geldt namelijk het verhoogde eigenwoningforfait (1% jaar 2007, in plaats van maximumforfait van 0,55%). De aangehouden woning is in fiscaal opzicht eigenlijk geen eigen woning meer, omdat de aangehouden woning geen hoofdverblijf vormt. Onder bepaalde (strikte) voorwaarden is het mogelijk dat op de aangehouden woning toch de eigenwoningregeling van toepassing blijft. De voorwaarden zijn als volgt:1. De aangehouden woning moet ten minste een jaar als eigen woning ter beschikking hebben gestaan.2. Het moet gaan om een tijdelijke uitzending.3. De woning mag niet aan derden ter beschikking worden gesteld. Met andere woorden de woning mag niet worden verhuurd of door derden worden gebruikt.4. Men mag samen met de partner niet een andere eigen woning hebben waarop de eigenwoningregeling van toepassing is.Indien aan bovengenoemde voorwaarden is voldaan, is de eigenwoningregeling nog niet automatisch van toepassing. Daarvoor is jaarlijks een verzoek nodig. Woningen zijn vermogensobjecten waarmee vaak aanmerkelijke financiële belangen zijn gemoeid. Een tijdelijke verhuur van de eigen woning wordt daarbij in voorkomende gevallen in overweging genomen. Bij een tijdelijke uitzending naar het buitenland kan deze keuze echter nadelige fiscale gevolgen hebben voor de eigen woning. Illustratief hierbij is een recent arrest van de Hoge Raad. De zaak was -kort weergegeven- als volgt. Een man was voor de periode van 1 augustus 1998 tot en met 1 augustus 2001 door zijn Nederlandse werkgever uitgezonden naar Curaçao. Deze periode werd later verlengd tot 1 augustus 2002. Vanaf 1 augustus 2002 trad de man in dienst bij een werkgever op Curaçao. Samen met zijn echtgenote betrok de man op Curaçao een huurwoning. Hun eigen woning in Nederland hielden zij vooralsnog aan en verhuurden deze vanaf augustus 1998 steeds aan verschillende huurders. In augustus 2002 kochten zij de huurwoning in Curaçao. In september 2003 verkochten zij de woning in Nederland. In zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2001 had de man de in Nederland aangehouden woning als eigen woning aangemerkt en hypotheekrente in aftrek gebracht. De inspecteur was van mening dat de woning in box 3 viel en weigerde de hypotheekrenteaftrek. De zaak kwam voor Hof Den Bosch. Dit hof bezag de feitelijke omstandigheden en de wetsgeschiedenis van de wetsbepaling over de toepassing van de eigenwoningregeling bij tijdelijke uitzending naar het buitenland. Het hof stelde vast dat de in Nederland aangehouden woning in fiscaal opzicht niet meer als eigen woning kwalificeerde. De man beschikte namelijk vanaf augustus 1998 samen met zijn echtgenote in Curaçao over een andere woning -de huurwoning- die als hoofdverblijf fungeerde. Deze vaststelling verhinderde dat de man een beroep kon doen op de ‘tijdelijke verhuurregeling’ voor de eigen woning bij onder meer vakanties (waarbij 75% van de huuropbrengsten wordt belast). Verder was de aangehouden woning verhuurd, waardoor deze woning aan derden ter beschikking was gesteld. Kortom de zaak liep op twee fronten mis. De man ging daarop in cassatie bij de Hoge Raad. Deze merkte op dat de man niet had betwist dat hij in 2001 zijn hoofdverblijf op Curaçao had. Daarmee was het pleit beslecht. Uit de door het hof aangehaalde wetsgeschiedenis kon de aangehouden woning niet meer worden aangemerkt als een eigen woning. De Hoge Raad bevestigde de uitspraak van het hof. Bron: Hoge Raad, 15-6-2007, nr. 42148 en PricewaterhouseCoopers.
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.