Herbert Smedema
Herbert Smedema is één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Herbert schrijft geregeld een column in de Maas- en Niersbode onder het kopje: Zakelijk actueel. Tevens volgt hij de ontwikkelingen op vastgoedgebied en bericht hierover op deze website.
Print
Eigen woning: Inschrijving derde leidde niet tot verlies fiscale status
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Eigen woning: Inschrijving derde leidde niet tot verlies fiscale status
Indien u (uw partner en uw inwonende kinderen) uw eigen woning voor een wat langere periode niet zelf gebruiken, bestaat onder omstandigheden de mogelijkheid om voor deze woning de fiscale status van eigen woning te behouden. Dat is onder meer het geval als u uw woning tijdens uw afwezigheid niet ter beschikking stelt aan een derde. Rechtbank Haarlem heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of in een bepaalde situatie sprake was van een zodanige terbeschikkingstelling. De zaak was als volgt.
Een man en een vrouw woonden vanaf juni 2002 vanwege het werk voor een periode van drie jaar in het buitenland. Hun twee opgroeiende zoons bleven in het ouderlijke huis achter. De vriendin van een van de zoons had bij de gemeentelijke basisadministratie het woonadres van haar vriend vanaf 17 december 2002 ook als haar woonadres opgegeven.
De inspecteur meende dat de woning aan een derde (de vriendin) ter beschikking was gesteld en corrigeerde het inkomen over 2002 van de man. De inspecteur nam onder meer een hogere huurwaarde/eigenwoningforfait van de woning in aanmerking en een lagere hypotheekrenteaftrek.
De rechtbank merkte op dat een inschrijving in de basisadministratie alléén onvoldoende is om te kunnen spreken van een terbeschikkingstelling aan een derde. De inspecteur had verder geen ander bewijs over de aard en omvang van het beschikken van de vriendin over (een deel van) de woning overgelegd. De rechtbank stelde op de zitting vast dat niet meer was komen vast te staan dan dat de vriendin af en toe was komen logeren en dat zij in de woning van haar ouders nog een eigen kamer had aangehouden. Verder was niet aannemelijk geworden dat de man als eigenaar van zijn woning de vriendin toestemming had gegeven voor het beschikken over (een deel van) de woning. In de gegeven omstandigheden had volgens de rechtbank het voortgezette gebruik door de beide zonen van de woning er niet toe geleid dat de woning aan een derde ter beschikking was gesteld. De correcties van de inspecteur waren niet terecht.
Bron: Haarlem, 7-11-2006, nr. 06/2601 (gepubliceerd 28-12-2006) en PricewaterhouseCoopers
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.