
Newsfeed ophalen
Volg Smedema
Makelaars hebben dit jaar al veel meer ongebruikelijke transacties gemeld dan in 2009. Uit voorlopige cijfers van de Financial Intelligence Unit (FIU) van het Korps Landelijke Politiediensten blijkt dat er tot nu toe 42 meldingen zijn gedaan, tegenover drie vorig jaar.
Dat heeft minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) donderdag geschreven in antwoord op vragen van de PvdA, die wilde weten waarom makelaars bijna nooit meldingen doen over mogelijke witwaspraktijken.
Volgens Opstelten is er het afgelopen jaar meer werk van gemaakt om makelaars te wijzen op hun wettelijke meldplicht, kennelijk met resultaat.
Hij kan niet zeggen of er voorheen minder meldingen waren door een gebrek aan kennis, bewust negeren of dat er gewoon minder meldenswaardige transacties waren. Opstelten ontkent dat de makelaarsbranche niet zou bijdragen aan de bestrijding van fraude.
Recent is via NVM-kanalen al bericht over Schriftelijke Vragen van de Tweede Kamerleden Recourt en Monasch (PvdA) aan de minister van Justitie over ‘het lage aantal meldingen ongebruikelijke transacties door makelaars’.
Mede naar aanleiding daarvan hebben Kees Vlaanderen en Daan Keij (NVM afdeling Beleid & PR) een prettig en constructief gesprek gevoerd met eerstgenoemde en zijn beleidsmedewerker Justitie. Vanuit bestaande en lopende contacten is ook gesproken met het ministerie. Inmiddels heeft de minister van Veiligheid en Justitie de betreffende Kamervragen als hieronder weergegeven beantwoord. Diverse media (NOS, Teletekst, Nu.nl, Volkskrant) hebben aandacht besteed aan deze beantwoording.
Stijgend aantal MOT-meldingen
De NVM is verheugd met het positieve signaal dat kersvers minister Opstelten over de makelaars afgeeft. Zij is met name ingenomen met de geconstateerde stijging van het aantal MOT-meldingen vanuit de makelaardij. De NVM hoopt dat deze stijging zich zal voortzetten.
Duidelijk is dat de goede samenwerking tussen NVM en Justitie, alsmede de geïntensiveerde voorlichting over de WWFT en soorten ongebruikelijke transacties vruchten afwerpen. De NVM zet deze inspanningen onverminderd voort en zet in op verdere toename van bewustwording en waakzaamheid onder haar leden.
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 27 oktober 2010)
1 Kent u het bericht “Accountants: meer rare transacties”? 1)
Antwoord
Ja.
2 Was u bekend met het feit dat makelaars weinig melding maken van ongebruikelijke transacties? Zo ja, wat heeft u met deze informatie gedaan?
5 Deelt u de verbazing van de Financial Intelligence Unit - Nederland (FIU) dat er weinig makelaars ongebruikelijke transacties melden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen gaat u ondernemen om makelaars hun wettelijke plicht te laten nakomen?
Antwoord vragen 2 en 5
Ja, dit is mij bekend. Uit het jaarverslag 2009 van de FIU-Nederland blijkt dat het aantal meldingen van makelaars laag is. Met ingang van 2007 is de Belastingdienst/Holland-Midden/Unit MOT de toezichthouder voor de makelaars. Vanwege het achterblijven van het aantal meldingen door makelaars is in 2008 door de Belastingdienst de samenwerking gezocht met brancheorganisaties en FIU-Nederland om de bewustwording van de meldplicht onder makelaars te stimuleren. De brancheorganisaties werken actief mee aan het bevorderen van de naleving van de meldplicht. Dit heeft onder meer geresulteerd in het organiseren van voorlichtings- en discussiebijeenkomsten en de aanlevering van informatiemateriaal voor de websites van de brancheorganisaties. In 2009 is een brochure inzake de meldplicht voor makelaars verspreid binnen de gehele branche en daarnaast zijn het afgelopen jaar 279 makelaars bezocht voor een individueel voorlichtingsbezoek. Deze inspanningen lijken nu resultaat te hebben. Uit voorlopige cijfers van de FIU-Nederland blijkt dat er in 2010 al sprake is van 42 meldingen. Dit is een zeer positieve ontwikkeling. Ook de komende jaren zal de Belastingdienst blijven samenwerken met de brancheverenigingen en FIU-Nederland om de bewustwording onder makelaars te vergroten. Voorts zal een substantieel deel van de toezichtcapaciteit blijvend worden ingezet op de naleving van de meldplicht
door makelaars.
3 Deelt u de mening dat het van belang is dat makelaars gehoor geven aan hun wettelijke plicht om ongebruikelijke transacties te melden?
Antwoord
Ja.
4 Wat is volgens u de reden dat vooral makelaars weinig melding maken van ongebruikelijke transacties?
Antwoord
Op dit moment kan niet worden gezegd of het lage aantal meldingen het gevolg is van bewuste niet-naleving van de meldplicht, van gebrek aan kennis omtrent de meldplicht of van het ontbreken van meldenswaardige transacties. In vergelijking met bijvoorbeeld de notaris vervult de makelaar een beperktere rol als meldplichtige in de zin van de Wwft. Een makelaar is bij fraude en witwassen ook gemakkelijker te omzeilen dan bijvoorbeeld een notaris. Dit geldt overigens in mindere mate als de makelaar als taxateur diensten verleent. Er is dan ook een wetsvoorstel in voorbereiding om taxatie door makelaars onder de meldplicht te laten vallen.
6 Deelt u de mening dat als makelaars niet in staat zijn om het zelfreinigend vermogen van hun sector te activeren dat er voor u een rol weggelegd kan zijn om deze sector aan te zetten tot het leveren van een bijdrage aan fraudebestrijding? Zo ja, wanneer is dit punt volgens u bereikt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het beeld dat de makelaarsbranche geen bijdrage levert aan de fraudebestrijding herken ik niet. Ik wijs in dit verband op bijvoorbeeld de oprichting van het Nederlands Woning Waarde Instituut op initiatief van de brancheorganisaties. Het feit dat de afgelopen jaren het aantal meldingen van ongebruikelijke transacties door makelaars laag was geeft geen aanleiding te veronderstellen dat de branche geen bijdrage levert aan de fraudebestrijding. Ik verwijs naar het antwoord op vraag 4 voor mogelijke redenen waarom de FIU-Nederland de afgelopen jaren weinig meldingen van ongebruikelijke transacties van makelaars heeft ontvangen. Verder verwijs ik naar mijn antwoord bij vragen 2 en 5. Eerst zal moeten worden bezien of de aldaar uiteengezette acties voldoende baat hebben, alvorens kan worden beoordeeld of er andere maatregelen nodig zijn. De voorlopige cijfers over 2010 laten alvast een positieve ontwikkeling zien.
1) Het Financieele Dagblad, ‘Accountants: meer rare transacties’, 20 september 2010