
Newsfeed ophalen
Volg Smedema
Nieuw besluit over toepassing samenloopregeling overdrachtsbelasting en omzetbelasting
De Wet op belastingen van rechtsverkeer bevat diverse vrijstellingsbepalingen voor de heffing van overdrachtsbelasting. Een daarvan betreft de zogeheten samenloopvrijstelling. Deze vrijstelling heeft betrekking op situaties van leveringen en verkrijgingen waarbij zowel omzetbelasting als overdrachtsbelasting wordt geheven. In bepaalde situaties kan dat leiden tot een ongewenste samenloop en voorzien wetgeving en ministeriële besluiten in een vermindering of een vrijstelling van overdrachtsbelasting. Minister De Jager van Financiën heeft onlangs een nieuw beleidsbesluit over de toepassing van de samenloopregeling tussen de overdrachtsbelasting en de omzetbelasting uitgebracht. Het besluit bevat drie nieuwe goedkeuringen voor de toepassing van de samenloopvrijstelling. Twee eerdere besluiten uit 1988 en 2002 zijn in het onderhavige besluit opgenomen en ingetrokken. Het besluit is op 22 september 2010 in werking getreden en vervangt per die datum de twee besluiten uit 1988 en 2002.
Volledig bericht
De Wet op belastingen van rechtsverkeer bevat diverse vrijstellingsbepalingen voor de heffing van overdrachtsbelasting. Een daarvan betreft de zogeheten samenloopvrijstelling. Deze vrijstelling heeft betrekking op situaties van leveringen en/ verkrijgingen waarbij zowel omzetbelasting als overdrachtsbelasting wordt geheven. In bepaalde situaties kan dat leiden tot een ongewenste samenloop en voorzien wetgeving en ministeriële besluiten in een vermindering of een vrijstelling van overdrachtsbelasting.
Minister De Jager van Financiën heeft onlangs een nieuw beleidsbesluit over de toepassing van de samenloopvrijstelling uitgebracht. Daarbij zijn twee eerdere besluiten uit 1988 en 2002 in het onderhavige besluit samengevoegd en geactualiseerd. Het onderhavige besluit bevat drie nieuwe goedkeuringen. Het betreft goedkeuringen die betrekking hebben op navolgende situaties.
1. De deelnemers in een beleggingsfonds als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht verkrijgen de economische eigendom van (rechten gevestigd op) onroerende zaken. De samenloopvrijstelling mag in dat geval onder bepaalde voorwaarden worden toegepast.
2. Tussen de overdrachtsbelasting en de omzetbelasting bestaat een verschil in juridische basis. Voor de overdrachtsbelasting zijn de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek en de daarover gewezen rechtspraak het uitgangspunt; voor de omzetbelasting is de EU-regelgeving (richtlijnen) met de daarover gewezen rechtspraak het uitgangspunt. Door dit verschil in juridische uitgangspunten kan het voorkomen dat een zaak voor de overdrachtsbelasting als één zaak wordt beschouwd, maar voor de omzetbelasting als twee afzonderlijke zaken -een roerende en een onroerende zaak- worden beschouwd. Het kan daardoor voorkomen dat de samenloopvrijstelling niet voor de gehele zaak aan de orde komt, waardoor bij de verkrijging van de zaak zowel overdrachtsbelasting als omzetbelasting is verschuldigd. Er geldt nu een goedkeuring waarbij onder voorwaarden de heffing van overdrachtsbelasting voor de roerende zaak (voor de omzetbelasting) achterwege kan blijven.
3. In de overdrachtsbelasting bestaat een specifieke verminderingsregeling. Deze heeft betrekking op de verkrijging van de economische eigendom, gevolgd door een verkrijging van de juridische eigendom (of andersom) door dezelfde persoon of door zijn rechtsopvolger op grond van huwelijksvermogensrecht of erfrecht. De maatstaf van heffing wordt verminderd met het bedrag waarover bij de eerste verkrijging was verschuldigd:
- overdrachtsbelasting die niet in mindering heeft gestrekt van schenk- of erfbelasting (tot 1 januari 2010 recht van successie, van schenking of van overgang); of
- omzetbelasting die als voorbelasting in het geheel niet in aftrek kan worden gebracht.
Het besluit bevat nu een nieuwe goedkeuring voor de toepassing van de verminderingsregeling in twee situaties:
1. De eerste verkrijging van een onroerende zaak vindt plaats binnen een fiscale eenheid voor de omzetbelasting of de eerste verkrijging houdt verband met een overdracht van (een deel van) een onderneming.
2. Bij de eerste verkrijging is omzetbelasting in aftrek gebracht.
Als in bovengenoemde situaties de samenloopvrijstelling werd toegepast op grond van de daarvoor geldende goedkeuringen uit dit besluit, is geen sprake van een eerste verkrijging waarbij overdrachtsbelasting of geheel niet aftrekbare omzetbelasting werd geheven. Daardoor vindt de verminderingsregeling in beginsel geen toepassing. De minister keurt echter onder voorwaarden goed dat de verminderingsregeling toch mag worden toegepast.
Het besluit bepaalt verder dat in geval tegelijkertijd omzetbelasting en overdrachtsbelasting wordt geheven, de omzetbelasting geen deel uitmaakt van de heffingsgrondslag voor de overdrachtsbelasting.
Het besluit is op 22 september 2010 in werking getreden en vervangt per die datum de twee besluiten uit 1988 en 2002.
Bron: Ministerie van Financiën, 14-9-2010, nr. DGB2010/1124M (gepubliceerd 21-9-2010). Bron: www.pwc.nl
Door Johan Smedema.