Herbert Smedema
Herbert Smedema is één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Herbert schrijft geregeld een column in de Maas- en Niersbode onder het kopje: Zakelijk actueel. Tevens volgt hij de ontwikkelingen op vastgoedgebied en bericht hierover op deze website.
Print
Nieuwe beleidsstandpunten over herinvesteringsreserve
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Nieuwe beleidsstandpunten over herinvesteringsreserveHet ministerie van Financiën heeft een verzamelbesluit uitgebracht met daarin ook nieuwe beleidsstandpunten over de herinvesteringsreserve (HIR). Het betreffen standpunten over onder meer: vergoedingen wegens tenietgaan of buitengebruik stellen; HIR en fiscale eenheid respectievelijk juridische fusie; HIR bij beschadiging bedrijfsmiddel; volgorde afboeking HIR, keuze uit in meerdere jaren gevormde HIR’s; afboeking op (investeringen in) bestaand bedrijfsmiddel en onvolledige vervanging respectievelijk uitbreidingsinvesteringen.
Volledig bericht
De minister van Financiën heeft een verzamelbesluit uitgebracht met daarin ook nieuwe beleidsstandpunten over de herinvesteringsreserve (HIR). Het betreffen beleidsstandpunten over onder meer: 1. Vergoedingen wegens tenietgaan of buitengebruik stellenDe wettelijke regeling van de HIR stelt verlies of beschadiging van een bedrijfsmiddel gelijk met vervreemding. De vergoeding wegens verlies of beschadiging wordt daarbij aangemerkt als opbrengst van het bedrijfsmiddel. Verlies betekent veelal een onvrijwillig tenietgaan van een bedrijfsmiddel, bijvoorbeeld door brand. Het komt echter ook voor dat op basis van vrijwilligheid afstand wordt gedaan van een bedrijfsmiddel. Hiervan is onder meer sprake van een saneringsregeling van de overheid waarbij bepaalde bedrijfsmiddelen worden gesloopt of bepaalde rechten worden prijsgegeven, waardoor in verband met de geleden vermogensschade een recht op vergoeding ontstaat. De minister heeft aangegeven het verdedig- en aanvaardbaar te achten dat ook een vrijwillig verlies wordt gelijkgesteld met vervreemding. De voor dat verlies ontvangen vergoeding wordt daarbij aangemerkt als opbrengst van het bedrijfsmiddel. Voor zover de vergoeding meer bedraagt dan de boekwaarde kan de ondernemer deze in een herinvesteringsreserve opnemen. 2. HIR en fiscale eenheid respectievelijk juridische fusieDe minister gaat in op de volgende situatie. Een BV heeft een boekwinst behaald bij de verkoop van een pand. Bij het ingaan van het volgende boekjaar gaat de BV als dochter deel uitmaken van een fiscale eenheid. De moedermaatschappij van de fiscale eenheid heeft het voornemen om in het volgende boekjaar de boekwinst te herinvesteren in een andere gevoegde dochter. De minister is van mening dat de BV dan niet meer het voornemen tot vervanging heeft en daardoor geen HIR kan vormen. De minister geeft aan dat de vorming van een HIR in de volgende situatie van een juridische fusie niet mogelijk is. Een BV verkoopt een pand en wil door middel van een juridische fusie als verkrijgende rechtspersoon een pand in eigendom te verwerven van haar 100%-dochtermaatschappij als verdwijnende rechtspersoon. In zodanig geval wordt de opbrengst namelijk niet direct of indirect aangewend voor de herinvestering in dat pand. 3. HIR bij beschadiging bedrijfsmiddelDe beschadiging van een bedrijfsmiddel leidt tot een lagere bedrijfswaarde. Het verschil met de boekwaarde voor de beschadiging vormt een verlies. Daarnaast worden kosten van herstel geactiveerd. Een schadevergoeding behoort tot de opbrengst van het bedrijfsmiddel. Als de vergoeding wegens beschadiging de boekwaarde van het bedrijfsmiddel (voor de beschadiging) overtreft, kan voor dit verschil een HIR worden gevormd. Bij latere verkoop van een (gedeeltelijk) hersteld bedrijfsmiddel kan voor een behaalde boekwinst een HIR worden gevormd. De boekwinst is het verschil tussen verkoopprijs en de boekwaarde na herstel. Deze laatste bestaat uit de bedrijfswaarde na de beschadiging plus de geactiveerde kosten van herstel minus (gedeeltelijke) afboeking HIR en afschrijvingen. 4. Volgorde afboeking HIRWanneer in het jaar waarin wordt geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel, en/of in de afgelopen drie jaren meerdere HIR’s zijn gevormd die nog niet (geheel) zijn aangewend, mag de ondernemer kiezen welke HIR hij wil aanwenden voor afboeking op het bedrijfsmiddel waarin is geïnvesteerd. De wet schrijft geen afboekingsvolgorde voor op grond van een bepaalde methode zoals bijvoorbeeld de first-in-first-out(fifo)-methode. 5. Afboeking op (investeringen in) bestaand bedrijfsmiddelDe minister is van mening dat op grond van een (oud) arrest van de Hoge Raad onder omstandigheden ook een herinvesteringsreserve kan worden afgeboekt op de verbetering van een bestaand bedrijfsmiddel. Voor de afboeking van een HIR op een lang-afschrijfbaar bedrijfsmiddel schrijft de wet evenwel voor dat het vervreemde en het aan geschafte of voortgebrachte bedrijfsmiddel dezelfde economische functie in de onderneming moeten hebben. De minister geeft aan dat ingeval sprake is van een verbetering van een aanwezig lang-afschrijfbaar bedrijfsmiddel dit bedrijfsmiddel economisch dezelfde functie in het bedrijf moet vervullen als voorheen werd ingenomen door het vervreemde en het toen nog niet verbeterde bedrijfsmiddel tezamen. 6. Onvolledige vervanging respectievelijk uitbreidingsinvesteringenIn gevallen van capaciteitsinkrimping is sprake van onvolledige vervanging. Onvolledige vervanging betekent volgens de minister niet dat geen sprake zou zijn van eenzelfde economische functie, maar dat niet geheel is vervangen. In dat geval zal slechts een met de mate van vervanging evenredige deel van de HIR op die gedeeltelijke vervanging kunnen worden afgeboekt. Voor de toets aan de zogeheten boekwaarde-eis geldt daarbij dezelfde verhouding. Een resterende HIR kan worden aangewend voor een vervolginvestering in bedrijfsmiddelen met dezelfde economische functie of voor de investering in kort-afschrijfbare bedrijfsmiddelen. Ook hier geldt de eerdergenoemde boekwaarde-eis. Ingeval een investering niet alleen een vervangingsinvestering inhoudt maar ook een uitbreidingsinvestering zal alleen het deel van de investering dat als vervanging is aan te merken eenzelfde economische functie kunnen vervullen. Dit betekent dat bij uitbreiding de totale investering zal moeten worden gesplitst in enerzijds een uitbreidingsdeel en anderzijds een vervangingsdeel waarop -rekening houdend met de boekwaarde-eis- de HIR kan worden afgeboekt. Het verzamelbesluit vervangt vier eerder uitgebrachte beleidsbesluiten over de HIR uit de jaren 2004 en 2005. Het besluit is op 15 december 2006 in werking getreden en werkt terug tot en met 5 december 2006. Bron: Ministerie van Financiën, 5-12-2006, nr. CPP2006/1173M (gepubliceerd 13-12-2006) en PricewaterhouseCoopers
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.