Johan Smedema
Johan Smedema is de oprichter en vanzelfsprekend één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Johan houdt de ontwikkelingen op Vastgoedgebied scherp in de gaten en bericht hierover op deze website.
Print
Nieuwe standpunten bij eigenwoningregeling
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Verzorgd door
04-02-2006
Verzorgd
door:
Mr J. Smedema
Nieuwe standpunten bij eigenwoningregeling
Staatssecretaris Wijn van Financiën heeft in een
actualiseringsbesluit een groot aantal eerdere besluiten over de
eigenwoningregeling opgenomen en aangevuld met enige nieuwe
standpunten. Zo geeft hij onder meer aan wat het begrip ‘economische
eigendom’ inhoudt; onder welke omstandigheden de eigenwoningregeling
toch toepassing kan vinden bij zakelijke rechten van erfpacht en
opstal en ten slotte ook het aspect ‘belang bij waardeontwikkeling’
van de eigen woning, onder meer in verhuissituaties. Het nieuwe
besluit is op 27 januari 2006 in werking getreden en vervangt de
eerdere besluiten.
1. Het begrip
‘economische eigendom’
Voor de eigenwoningregeling in de inkomstenbelasting heeft dit
begrip een andere invulling dan voor de overdrachtsbelasting. Voor de
eigenwoningregeling hoeft het belang bij de waardeverandering van de
woning de belastingplichtige niet volledig aan te gaan, maar wel ten
minste 50%.
2. Recht van erfpacht
en opstal
Een woning die iemand economisch toebehoort maar is gebouwd op in
erfpacht uitgegeven grond, kan kwalificeren als eigen woning. Dat is
niet het geval als niet op de grond maar op de woning een recht van
erfpacht is gevestigd. Echter, indien de erfpachtcanon met betrekking
tot de woning eeuwigdurend is afgekocht, is weer sprake van een
economisch eigendom en kan een woning weer als eigen woning
kwalificeren. Een woning waarvan iemand een recht van opstal heeft, kan
ook kwalificeren als eigen woning.
In situaties van erfpacht
en opstal is de eigenwoningregeling overigens alleen van toepassing als
sprake is van een zogeheten zakelijk recht van erfpacht en opstal. Een
zakelijk recht houdt in dat de houder van zo’n recht dat recht tegenover
iedereen kan laten gelden en niet slechts tegenover degene van wie hij
het recht heeft verkregen.
3. Huur en
huuranalogie
Een woning op gehuurde grond kan geen eigen woning zijn. Dit geldt
ook als de woning voor rekening en risico van de huurder is gebouwd. Bij
erfpacht op ondergrond en woning samen is in beginsel sprake van
huuranalogie waarvoor de eigenwoningregeling niet geldt. Slechts als aan
een reeks van voorwaarden is voldaan, kan toch weer sprake zijn van een
eigen woning.
4. Belang bij de
waardeontwikkeling
Om de eigenwoningregeling te kunnen toepassen moet de bewoner een
belang van ten minste 50% hebben bij de waardeontwikkeling van de
woning. Het gaat daarbij om een belang dat voortvloeit uit het
feitelijke (economische) eigendomsrecht op de woning en niet uit
bijvoorbeeld contractuele afspraken of opties met betrekking tot een
deel van de woning dat niet feitelijk in (economische) eigendom is.
5. Tijdelijk geen
belang bij waardeontwikkeling bij verhuissituaties
Na het sluiten van de voorlopige koopovereenkomst kan de
eigenwoningregeling nog van toepassing zijn tot de juridische
eigendomsoverdracht. Zolang de verkoper de woning nog zelf bewoont, kan
hij de eigenwoningregeling onveranderd blijven toepassen. Als de
verkoper verhuist na het sluiten van de voorlopige koopovereenkomst, kan
hij de eigenwoningregeling nog maximaal twee jaar toepassen. De
tweejaarsperiode loopt in beide gevallen vanaf het moment van
ondertekening van de voorlopige koopovereenkomst.
Het nieuwe besluit is op
27 januari 2006 in werking getreden en vervangt de eerdere besluiten
Europaplein 6, 6591 AV Gennep, Telefoon 0485
51 24 95, Fax 0485 51 75 32
info@smedema.nl
www.smedema.nl
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.