Herbert Smedema
Herbert Smedema is één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Herbert schrijft geregeld een column in de Maas- en Niersbode onder het kopje: Zakelijk actueel. Tevens volgt hij de ontwikkelingen op vastgoedgebied en bericht hierover op deze website.
Print
Nieuwe tegemoetkoming successierecht aanstaande partner
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Nieuwe tegemoetkoming in het successierecht voor aanstaande partner
In het successierecht is onlangs een tegemoetkoming gekomen voor de erfrechtelijke verkrijging door de ‘aanstaande partner’. Dit is de persoon waarmee de overledene een wederzijdse zorgverplichting heeft vastgelegd in een notarieel samenlevingscontract, maar waarbij de tijdsduur van de gemeenschappelijke huishouding nog niet voldoet aan een van in de Successiewet genoemde criteria. Daardoor zou de verkrijging door de aanstaande partner formeel in tariefgroep III vallen. Het tarief in deze tariefgroep loopt op van 41% tot maximaal 68%. In bepaalde gevallen leidt een strikte toepassing van de Successiewet tot een onredelijk resultaat en mag op de verkrijging door de aanstaande partner het tarief van tariefgroep I (van 5% tot maximaal 27%) worden toegepast. Dit is de tariefgroep voor onder meer de echtgenoot en kinderen van de erflater. De tegemoetkoming ziet uitdrukkelijk alleen op het tarief en niet op de grootte van de vrijstelling (zeg maar de belastingvrije som) in het successierecht. Voor de aanstaande echtgenoot, de ex-echtgenoot en de ex-partner bestaat in bepaalde, specifiek aangegeven situaties al een soortgelijke tegemoetkoming.
Volledig bericht
Iemand die een schenking of making verkrijgt van een aanstaande of ex-echtgenoot is hierover schenkings- of successierecht verschuldigd. De hoogte van het verschuldigde recht is afhankelijk van de geldende vrijstelling en het geldende tarief. Voor het tarief en de vrijstelling is de familierechtelijke betrekking op het moment van schenking of overlijden bepalend. Als gevolg hiervan wordt een verkrijging door een aanstaande of een ex-echtgenoot belast naar tariefgroep III. Het van toepassing zijnde tarief bedraagt ten minste 41% en loopt op tot maximaal 68% (jaar 2007). Hetzelfde geldt voor een verkrijging door een partner waarmee de samenleving -die nog niet voldoet aan in de Successiewet genoemde (tijds)criteria- is beëindigd. In een aantal situaties levert dit een onbillijkheid van overwegende aard op. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de verkregen vermogensbestanddelen direct samenhangen met de afspraken die zijn gemaakt bij de (echt)scheiding. Een ander voorbeeld is de situatie van de aanstaande echtgenoot waarin iemand vlak voor zijn huwelijksdatum overlijdt en de huwelijksvoorbereidingen al in een vergevorderd stadium verkeerden. Goedgekeurd wordt dat de verkrijgingen door deze personen worden belast naar het tarief van tariefgroep I (van 5% tot maximaal 27%, jaar 2007). Dit is de tariefgroep voor onder meer de echtgenoot en kinderen van de erflater. De tegemoetkoming ziet uitdrukkelijk alleen op het tarief en niet op de grootte van de vrijstelling (zeg maar de belastingvrije som) in het successierecht. Onlangs heeft de belastingdienst namens de staatssecretaris van Financiën een nieuw verzamelbesluit uitgebracht, waarin de hierboven genoemde tegemoetkomingen zijn overgenomen. Het besluit bevat daarnaast een nieuwe tegemoetkoming voor de verkrijging door de ‘aanstaande partner’. De aanstaande partner is de persoon waarmee de overledene een wederzijdse zorgverplichting heeft vastgelegd in een notarieel samenlevingscontract, maar waarbij de tijdsduur van de gemeenschappelijke huishouding nog niet voldoet aan een van in de Successiewet genoemde criteria. Het besluit bevat een voorbeeld van bijzondere hardheid waarbij de tegemoetkoming mag worden toegepast. Het betreft de situatie waarin de partners een woning hebben gekocht om daarin duurzaam een gemeenschappelijke huishouding te gaan voeren. De gemeenschappelijke huishouding kan echter niet aanvangen door een ernstige ziekte van een van de partners die zich heeft geopenbaard nadat het samenlevingscontract is opgemaakt en de woning is gekocht. De erflater heeft zijn aanstaande partner aangewezen als erfgenaam. Het besluit vermeldt voorts nog een tegemoetkoming voor het geval dat een duurzame, gemeenschappelijke huishouding is verbroken door de opname van een partner in bijvoorbeeld een verpleegtehuis. In dat geval zijn de faciliteiten in de Successiewet voor samenwoners -o.a. wat betreft de tariefgroepindeling én de vrijstelling- formeel niet meer van toepassing. Echter met toepassing van de hardheidsclausule mag ervan worden uitgegaan alsof de gemeenschappelijke huishouding nog niet was verbroken. Het besluit is op 12 juli 2007 in werking getreden. De voorafgaande besluiten over verkrijgingen door de aanstaande echtgenoot, de ex-echtgenoot en de ex-partner zijn per dezelfde datum ingetrokken. Bron: Belastingdienst, 21-6-2007, nr. CPP2007/1223M (gepubliceerd 10-7-2007) en PricewaterhouseCoopers.
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.