
Newsfeed ophalen
Volg Smedema
Het vastgoed op het Nederlandse platteland blijft een moeilijke markt. Kopers voor agrarisch en landelijk vastgoed gedragen zich afwachtend, banken gaan kritisch mee in financiering. Verkopers lijken alleen te willen verkopen, wanneer een bepaalde prijs gehaald wordt. Dit concludeert NVM Agrarisch & Landelijk Vastgoed (A&LV) in haar halfjaarbericht. Voor de rest van 2011 verwacht de NVM weinig verbetering.
In de melkveehouderij en akkerbouw zijn de agrarische makelaars positief, maar de situatie in de intensieve veehouderij en glastuinbouw is zorgelijk. Er is weinig vraag naar varkens- en pluimveebedrijven. Reëel prijzen loont hier.
De markt voor agrarische bedrijven is matig, maar stabiel. Courante bedrijven met een gunstige ligging worden vlot en voor een goede prijs verkocht. Maar die markt is klein en kopers zijn kritisch.
Over de hele linie ziet NVM Agrarisch & Landelijk Vastgoed een tendens van schaalvergroting en specialisering van agrarische bedrijven. Bedrijven die gekocht worden zijn grote bedrijven, en groter dan gemiddeld in aanbod staat. Kopers blijven voortdurend uitbreiden om rendabel te blijven. Milieu- en dierwelzijnseisen en verplichte stalaanpassingen per 1 juli 2013 (onlangs verruimd, was 1 januari 2013) vragen grote investeringen, die alleen door schaalvergroting (efficiëntie van de bedrijfsvoering etc.) opgevangen kunnen worden.
Uitgangspunt is om de kostprijs in evenwicht te houden. Andere bedrijven kiezen juist voor kostprijsverlaging. Met zo min mogelijk en lage investeringen worden stallen aangepast.
Deze bedrijven zijn meer op ontwikkeling gericht. Het is de lokale boer om de hoek, die soms ook van neveninkomsten leeft (winkel aan de weg, camping, natuurbeheer, etc.).
Milieueisen spelen pluimvee- en varkenssector parten
In de pluimvee- en varkenssector is er sprake van een stijging van stoppende boeren enerzijds en schaalvergroting anderzijds. Door aankomende milieueisen is het aanbod van varkensbedrijven in de eerste helft van dit jaar vooral van kleinschalige bedrijven toegenomen. Er worden weinig varkensbedrijven verkocht. De waarde van bedrijven die niet aan de laatste milieueisen voldoen, is beduidend minder dan de bedrijven die aan de milieueisen voldoen. De gemiddelde verkoopprijs van de verkochte varkenshouderijen is weliswaar toegenomen, maar het betreft vooral grotere bedrijven die verkocht zijn. Over het algemeen heerst het beeld dat de waarde van varkenshouderijen daalt. Naar de kleinere varkenshouderijen is weinig vraag. Net als bij andere agrarische sectoren, zoals de pluimveehouderij, loont hier reëel prijzen.
Er zijn veel stoppers en de verwachting is dat deze trend doorzet. Doordat gemeenten geen of beperkt beleid hebben voor het slopen van stallen en elders een woonkavel beschikbaar stellen (de zgn. ‘ruimte voor ruimte’-regeling) is de verwachting dat er geen oplossing komt voor onverkoopbare agrarische bebouwing. Dit wordt versterkt door stevige bezuinigingen bij de overheid.
Voor pluimveehouderijen gaat min of meer hetzelfde op. De NVM ziet dat pluimveebedrijven minder goed verkopen.