
Newsfeed ophalen
Volg Smedema
NVM: waarde agrarische grond blijft stabiel door aanhoudende vraag
De grondmarkt blijft volop in beweging, zo blijkt uit bevindingen van NVM Agrarisch & Landelijk Vastgoed (NVM A&LV) over 2011. Voorzitter A&LV Van der Waaij: “Dit komt doordat er vanuit de agrarische sector vraag naar grond blijft. Ook particulieren en beleggers bewegen zich steeds meer op de grondmarkt. Grond blijft zijn prijswaarde opleveren, en er is nog altijd een aanzienlijke vraag naar.”
De gronden zijn in het algemeen duurder geworden, ondanks het feit dat de grootste koper – de overheid – zich uit de markt heeft teruggetrokken. “Iedereen had de verwachting dat de prijs hierdoor zou dalen, maar dit is niet het geval geweest. De aanhoudende vraag naar grond houdt de prijs stabiel”, meldt Van der Waaij. “Aanbod van grond komt in de regel van al gestopte boeren. Daarbij is er minder aanbod van akkerbouwgronden en akkerbouwbedrijven, terwijl de vraag naar grond voornamelijk van melkveehouders komt. Zij hebben interesse in grond dichtbij huis en voor relatief grotere blokken grond van goede kwaliteit op goede locaties.”
De NVM A&LV-makelaars zien daarnaast voldoende lokale vraag door schaalvergroting in zowel de veehouderij als de akkerbouw. “De grondaankoop voor natuurontwikkeling is echter zeer beperkt”, aldus Van der Waaij. “Warme gronden worden bijna niet verkocht, maar de vraag naar grotere stukken losse grond is toegenomen. Daarbij zien we de verschillen per regio groter worden. In gebieden met veel actieve ondernemers is veel vraag en een hogere prijs, dan in gebieden waar voorheen de overheid nog op de markt was.”
Naast de melkveehouderij blijft grond ook voor andere agrarische sectoren een belangrijk productiemiddel (o.a. steeds meer noodzakelijk voor de afzet van mest) en dit houdt de vraag naar grond in stand, constateert NVM A&LV. Van der Waaij: “Ondanks een stabilisering van de grondprijzen in agrarische gebieden zou de grondprijs van kleinere en minder gunstige percelen onder druk kunnen komen te staan. De prijsverschillen tussen grondsoorten en gebieden zullen groter worden.”
In 2011 was er sprake van een stabiele markt van het melkquotum, waarbij zowel de verkoop als de verhuur rustig is verlopen, blijkt uit de NVM-gegevens. “Soms is er bijna geen vraag en daarna zie je het weer aantrekken. De prijzen blijven overigens wel stabiel”, zegt Van der Waaij. De NVM ziet nog steeds enige vraag naar productierechten en toeslagrechten. “Al is de markt van productierechten grillig, deze is direct gerelateerd aan de opbrengsten van de desbetreffende sector. Daarmee zijn zowel de varkensrechten - liggen nu rond de 70 euro per recht - als pluimveerechten - rond de 6 euro per recht - gehalveerd in prijs.” Ook de handel in toeslagrechten daalde in 2011 ten opzichte van eerdere jaren. Van der Waaij: “Oorzaak was de dalende vraag en het stijgende aanbod, vanwege de bedrijfsbeëindigingen naarmate 2013 – en daarmee de verplichte stalinvesteringen – steeds meer nadert.”
NVM A&LV verwacht dat de handel in productierechten (waaronder ook het melkquotum) en toeslagrechten door het naderen van 2015 zal afnemen. De vraag naar koop- en leasemelk zal blijven, omdat de meeste bedrijven toch willen blijven groeien richting 2015. Varkensrechten hebben in 2011 flink onder druk gestaan. “We verwachten dat de prijs van varkensrechten nu redelijk stabiel zal blijven”, aldus Van der Waaij. “Bij de toeslagrechten verwachten we eveneens een verlaging. De prijzen van toeslagrechten liggen op dit moment hoog, gelet op de looptijd van de regeling. Daardoor zijn de kopers afwachtend.”
Bij herbestemming moeten de alternatieve gebruiksmogelijkheden volgens de NVM beperkt zijn, omdat de vraag naar een alternatieve bestemming van particulieren en andere bedrijvigheid door de economische crisis achterblijft. Van der Waaij: “Voor dit overschot aan agrarisch vastgoed moet een oplossing worden gezocht in verkoop, in combinatie met herontwikkelingsmogelijkheden of sloopsubsidies. Hiermee moeten leegstand en verrommeling van het landschap worden voorkomen. Voor een gunstige ontwikkeling is het van belang dat langdurig te koop staande bedrijven uit de markt worden gehaald. Daarover gaan we graag het gesprek aan de Rijksoverheid en lagere overheden.”
Als de verkoop van agrarisch vastgoed moeizaam verloopt, worden vaak de mogelijkheden voor herbestemming van de boerderij en eventueel opstallen onderzocht, weet NVM A&LV. “Het gaat dan om de omvorming van de boerderij tot bijvoorbeeld bed & breakfast, camping, zorgboerderij, adviesbureau of iets dergelijks”, zegt Van der Waaij. “Herbestemming is mogelijk, maar is wel sterk afhankelijk van de locatie. Het heeft de meeste kans van slagen in de buurt van dorpen en steden. En herbestemming biedt nog steeds veel kansen. De mogelijkheden hiervoor zouden ruimer moeten zijn om verrommeling van het landschap tegen te gaan en de leefbaarheid van het platteland te behouden.”
De landelijke vastgoedmarkt verloopt moeizaam en zal de komende jaren moeizaam blijven, blijkt uit de gegevens van NVM A&LV. “Het hoge aanbod van woonboerderijen heeft een drukkend effect op de prijzen”, stelt Van der Waaij. “Objecten die nog in handen zijn van stoppende boeren, zullen ook daadwerkelijk voor een lagere prijs worden verkocht. Deze verkopers hebben meestal nog de financiële ruimte om met de prijs te zakken. Woonboerderijen die al in handen zijn van particulieren, staan overwegend te hoog in de markt. Ook het wonen in het buitengebied lijkt in het algemeen minder in trek, vanwege enerzijds de hoge woonlasten en anderzijds omdat burgers vaak toch liever dicht bij alle voorzieningen willen wonen.”
De NVM signaleert minder trek naar het platteland. Ook blijft de financierbaarheid een heikel punt, wat met name speelt als de woonbestemming (nog) niet is geformaliseerd. Van der Waaij: “Er is een dalende vraag door de economische crisis en in enkele regio’s door de bevolkingskrimp. Een redelijke markt in 2011 was er voor woonboerderijen met een karakteristieke uitstraling, een goede prijs/kwaliteit verhouding, beperkte grootte, dichtbij diverse voorzieningen en met de juiste (woon)bestemming. Toch blijft het hogere prijssegment in de markt moeilijk te verkopen.”
In november 2011 bracht het ministerie van Infrastructuur & Milieu (I&M) het conceptwetsvoorstel ‘plattelandswoning’ naar buiten. NVM A&LV is hier blij mee en staat achter de inhoud van het wetsvoorstel. “Het wetsvoorstel zit juridisch ook goed in elkaar”, zegt Van der Waaij. “De besluitvorming om een agrarische bedrijfswoning te bestemmen tot plattelandswoning zal bij gemeenten komen te liggen. Om verschillen tussen gemeentelijk beleid te voorkomen, zijn we van plan om een advies/handreiking te sturen aan gemeenten om de vrijkomende agrarische bedrijfswoningen in beeld te brengen en te bestemmen tot plattelandswoning. We staan achter het wetsvoorstel plattelandswoning en roepen het Rijk op om haast te maken met de wetsbehandeling en -invoering.”
In 2011 is de onteigeningsmarkt redelijk verlopen, vooral doordat er locaties voor waterberging, dijkverbetering en infrastructuur voor wegen zijn aangekocht. Toch ziet NVM A&LV een dalende tendens door minder vraag naar grond vanuit gemeenten en projectontwikkelaars, door minder natuuraankopen.