Nieuw / gewijzigd Woningen Bedrijfspanden
Gebruikersnaam:
Wachtwoord:
Login
Met deze functie kunt u zoeken binnen deze website. Schrijf u nu geheel vrijblijvend en kosteloos in als woningzoekende, klik hier.
Nieuws
Deze website is het laatst bijgewerkt op dinsdag 22 mei 2012, 13.56
Johan Smedema

Johan Smedema

Johan Smedema is de oprichter en vanzelfsprekend één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Johan houdt de ontwikkelingen op Vastgoedgebied scherp in de gaten en bericht hierover op deze website.

Print dit artikel Print

Overdrachtsbelasting voor de overdracht van een onderneming van (groot)ouders aan (klein)kinderen

Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008

Verzorgd door 07-05-2004 Verzorgd door: Mr J. Smedema Overdrachtsbelasting voor de overdracht van een onderneming van (groot)ouders aan (klein)kinderen In het algemeen moet voor de overdracht van onroerende zaken van een ouder aan zijn of haar kinderen overdrachtsbelasting worden betaald. In de wet is echter een vrijstelling opgenomen voor de verkrijging door kinderen van onroerende zaken die behoren tot een onderneming van de ouder. Hieraan is wel de voorwaarde verbonden dat de onroerende zaak dienstbaar is aan de onderneming en de bedrijfsvoering door het kind wordt voortgezet. Over de toepassing van deze vrijstelling zijn onlangs vragen gesteld aan de staatssecretaris. De vragen betroffen onder meer situaties waarbij de onderneming gefaseerd wordt overgedragen of waarbij de onderneming uiteindelijk in een BV wordt voortgezet. De staatssecretaris heeft deze vragen onlangs beantwoord. Volledig bericht In het algemeen moet voor de overdracht van onroerende zaken van een ouder aan zijn of haar kinderen overdrachtsbelasting worden betaald. In de wet is echter een vrijstelling opgenomen voor de verkrijging door kinderen van onroerende zaken die behoren tot een onderneming van de ouder. Hieraan is wel de voorwaarde verbonden dat de onroerende zaak dienstbaar is aan de onderneming en de bedrijfsvoering door het kind wordt voortgezet. Over de toepassing van deze vrijstelling zijn onlangs vragen gesteld aan de staatssecretaris. De vragen betroffen met name situaties waarbij de onderneming gefaseerd wordt overgedragen of indien de onderneming uiteindelijk in een BV wordt voortgezet. De staatssecretaris beantwoordt deze vragen in een onlangs gepubliceerd besluit. In het besluit komt een aantal specifieke vragen aan de orde. Onder meer wordt gevraagd of de vrijstelling van toepassing is in situaties waarbij een ouder zijn onderneming (inclusief onroerende zaken) overdraagt aan zijn kind dat de onderneming direct of op een later tijdstip inbrengt in een BV of in een personenvennootschap. Ondanks het feit dat de onderneming niet door het kind zelf, maar door de vennootschap wordt voortgezet, keurt de staatssecretaris goed dat de vrijstelling toegepast mag worden. Ook indien een deel van de onroerende zaken pas op een later tijdstip (nadat de vennootschap de onderneming heeft overgenomen) wordt overgedragen, verhindert dit niet de vrijstelling op de eerder overgedragen onroerende zaken. De latere verkrijging van de resterende onroerende zaken vallen dan echter niet onder de vrijstelling. Ook bespreekt het besluit de situatie waarin de ouder de onderneming in de vorm van een BV drijft en de onroerende zaak aan de BV verhuurt. Indien in die situatie de onroerende zaak later dan de aandelen worden overgedragen, is de vrijstelling niet van toepassing. In de situatie dat een ouder vooruitlopend op de overdracht van zijn onderneming onroerende zaken overdraagt aan zijn kind is de vrijstelling ook niet van toepassing. Het besluit bevat verder vragen met betrekking tot de situatie waarin economisch en juridisch eigendom gefaseerd worden overgedragen. Het besluit bespreekt de situatie waarin een ouder zijn onderneming, inclusief de economische eigendom van de onroerende zaak, heeft overgedragen aan zijn kind en de juridische eigendom van de onroerende zaak pas later overdraagt. Volgens de staatssecretaris is de vrijstelling in deze situatie van toepassing. Ook indien de juridische eigendom van een tot het ondernemingsvermogen behorend onroerende zaak tevens binnen een huwelijks goederengemeenschap valt en pas later (wegens overlijden van een van de echtelieden/ondernemers) wordt overgedragen, kan de vrijstelling van toepassing zijn. Naast deze situaties bevat het besluit nog een aantal zeer specifieke vragen. Voor alle situaties geldt dat een verzoekschrift tot de bevoegde inspecteur moet worden gericht om in aanmerking te komen voor de vrijstelling. De inspecteur zal aan de toepassing van de vrijstelling de in het besluit opgenomen voorwaarden verbinden. Bron: Ministerie van Financiën, 22-3-2004, nr. CPP2004/543M (gepubliceerd 20-4-2004) Europaplein 6, 6591 AV Gennep, Telefoon 0485 51 24 95, Fax 0485 51 75 32 info@smedema.nl www.smedema.nl

Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.