Johan Smedema
Johan Smedema is de oprichter en vanzelfsprekend één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Johan houdt de ontwikkelingen op Vastgoedgebied scherp in de gaten en bericht hierover op deze website.
Print
Overdrachtsbelasting voor de overdracht van een onderneming van (groot)ouders aan (klein)kinderen
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Verzorgd door
07-05-2004
Verzorgd
door:
Mr J. Smedema
Overdrachtsbelasting
voor de overdracht van een onderneming van (groot)ouders aan (klein)kinderen
In het algemeen moet voor de overdracht van onroerende zaken van een ouder aan zijn of
haar kinderen overdrachtsbelasting worden betaald. In de wet is echter een vrijstelling
opgenomen voor de verkrijging door kinderen van onroerende zaken die behoren tot een
onderneming van de ouder. Hieraan is wel de voorwaarde verbonden dat de onroerende zaak
dienstbaar is aan de onderneming en de bedrijfsvoering door het kind wordt voortgezet.
Over de toepassing van deze vrijstelling zijn onlangs vragen gesteld aan de
staatssecretaris. De vragen betroffen onder meer situaties waarbij de onderneming
gefaseerd wordt overgedragen of waarbij de onderneming uiteindelijk in een BV wordt
voortgezet. De staatssecretaris heeft deze vragen onlangs beantwoord.
Volledig bericht
In het algemeen moet voor de overdracht van onroerende zaken van een ouder aan zijn of
haar kinderen overdrachtsbelasting worden betaald. In de wet is echter een vrijstelling
opgenomen voor de verkrijging door kinderen van onroerende zaken die behoren tot een
onderneming van de ouder. Hieraan is wel de voorwaarde verbonden dat de onroerende zaak
dienstbaar is aan de onderneming en de bedrijfsvoering door het kind wordt voortgezet.
Over de toepassing van deze vrijstelling zijn onlangs vragen gesteld aan de
staatssecretaris. De vragen betroffen met name situaties waarbij de onderneming gefaseerd
wordt overgedragen of indien de onderneming uiteindelijk in een BV wordt voortgezet. De
staatssecretaris beantwoordt deze vragen in een onlangs gepubliceerd besluit.
In het besluit komt een aantal specifieke vragen aan de orde. Onder meer wordt gevraagd of
de vrijstelling van toepassing is in situaties waarbij een ouder zijn onderneming
(inclusief onroerende zaken) overdraagt aan zijn kind dat de onderneming direct of op een
later tijdstip inbrengt in een BV of in een personenvennootschap. Ondanks het feit dat de
onderneming niet door het kind zelf, maar door de vennootschap wordt voortgezet, keurt de
staatssecretaris goed dat de vrijstelling toegepast mag worden. Ook indien een deel van de
onroerende zaken pas op een later tijdstip (nadat de vennootschap de onderneming heeft
overgenomen) wordt overgedragen, verhindert dit niet de vrijstelling op de eerder
overgedragen onroerende zaken. De latere verkrijging van de resterende onroerende zaken
vallen dan echter niet onder de vrijstelling. Ook bespreekt het besluit de situatie waarin
de ouder de onderneming in de vorm van een BV drijft en de onroerende zaak aan de BV
verhuurt. Indien in die situatie de onroerende zaak later dan de aandelen worden
overgedragen, is de vrijstelling niet van toepassing. In de situatie dat een ouder
vooruitlopend op de overdracht van zijn onderneming onroerende zaken overdraagt aan zijn
kind is de vrijstelling ook niet van toepassing.
Het besluit bevat verder vragen met betrekking tot de situatie waarin economisch en
juridisch eigendom gefaseerd worden overgedragen. Het besluit bespreekt de situatie waarin
een ouder zijn onderneming, inclusief de economische eigendom van de onroerende zaak,
heeft overgedragen aan zijn kind en de juridische eigendom van de onroerende zaak pas
later overdraagt. Volgens de staatssecretaris is de vrijstelling in deze situatie van
toepassing. Ook indien de juridische eigendom van een tot het ondernemingsvermogen
behorend onroerende zaak tevens binnen een huwelijks goederengemeenschap valt en pas later
(wegens overlijden van een van de echtelieden/ondernemers) wordt overgedragen, kan de
vrijstelling van toepassing zijn. Naast deze situaties bevat het besluit nog een aantal
zeer specifieke vragen.
Voor alle situaties geldt dat een verzoekschrift tot de bevoegde inspecteur moet worden
gericht om in aanmerking te komen voor de vrijstelling. De inspecteur zal aan de
toepassing van de vrijstelling de in het besluit opgenomen voorwaarden verbinden.
Bron: Ministerie van Financiën, 22-3-2004, nr. CPP2004/543M (gepubliceerd 20-4-2004)
Europaplein 6, 6591 AV Gennep, Telefoon 0485 51 24 95, Fax 0485 51 75 32
info@smedema.nl
www.smedema.nl
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.