Nieuw / gewijzigd Woningen Bedrijfspanden
Gebruikersnaam:
Wachtwoord:
Login
Met deze functie kunt u zoeken binnen deze website. Schrijf u nu geheel vrijblijvend en kosteloos in als woningzoekende, klik hier.
Nieuws
Deze website is het laatst bijgewerkt op dinsdag 22 mei 2012, 13.56
Johan Smedema

Johan Smedema

Johan Smedema is de oprichter en vanzelfsprekend één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Johan houdt de ontwikkelingen op Vastgoedgebied scherp in de gaten en bericht hierover op deze website.

Print dit artikel Print

Overgangsrecht bestemmingsplannen

Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 22-09-2008

Een vast onderdeel van het bestemmingsplan betreffen de overgangsrechtelijke bepalingen. Indien een gemeente een nieuw bestemmingsplan vaststelt, kan dit nieuwe bestemmingsplan uiteraard afwijken van de bestaande situatie. De gemeente moet de bestaande bebouwing en het bestaande gebruik echter respecteren. Indien de gemeente wil dat een bepaald gebouw op termijn verdwijnt, heeft zij de mogelijkheid om dit perceel in het nieuwe bestemmingsplan ‘negatief’ te bestemmen. De gemeente kan dit doen door de bedrijfsbestemming die op het perceel rust te wijzigen in (bijvoorbeeld) de bestemming ‘Openbaar groen.’ Dit brengt echter niet mee dat het gebouw met de invoering van het nieuwe bestemmingsplan illegaal is. Het gebouw en het gebruik van het gebouw wordt onder de overgangsrechtelijke bepalingen geschoven. Als de gemeente wel wil bereiken dat de bestaande situatie in overeenstemming wordt gebracht met het nieuwe bestemmingsplan dan dient zij de eigenaar te onteigenen (zie hoofdstuk ‘Onteigening’). In de overgangsrechtelijke bepalingen wordt een onderscheid gemaakt tussen bepalingen die betrekking hebben op bouwen en bepalingen die betrekking hebben op het gebruik.

Bouwovergangsrecht
Met betrekking tot het bouwen wordt in veel bestemmingsplannen de volgende overgangsrechtelijke bepaling opgenomen:

“Bouwwerken die op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan aanwezig of in uitvoering zijn, dan wel bepaald kunnen worden krachtens een verleende of nog te verlenen bouwvergunning en welke afwijken van het plan mogen:
1. met 10% worden vergroot;
2. met inachtneming van de bestaande bebouwingsgrenzen, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd mits daardoor de afwijking ten opzichte van het in dit plan bepaalde niet wordt vergroot;
3. in geval van een calamiteit volledig worden vernieuwd, zonodig met overschrijding van de bebouwingsgrenzen.”

De peildatum met betrekking tot het bouwovergangsrecht is de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan. Wat verder opvalt is dat het gebouw gedeeltelijk mag worden vernieuwd of veranderd mits daardoor de afwijking ten opzichte van het in het plan bepaalde niet wordt vergroot. Uit de relevante jurisprudentie kan worden afgeleid dat een rechter redelijk snel aanneemt dat, als gevolg van de vernieuwing of verandering, de afwijking ten opzichte van het nieuwe bestemmingsplan wordt vergroot. Voorts wordt in de jurisprudentie niet snel aangenomen dat er sprake is van een calamiteit naar aanleiding waarvan de eigenaar van het gebouw het bouwwerk weer zou mogen opbouwen.

Gebruiksovergangsrecht
Een veelvoorkomende overgangsbepaling met betrekking tot het gebruik van een perceel luidt:

“Het gebruik van gebouwen en gronden dat bestond op het tijdstip van het van kracht worden van het plan en dat hiermee in strijd is, mag worden voortgezet en gewijzigd, mits de aard van de afwijking ten opzichte van het in dit plan bepaalde niet wordt vergroot”.

In de nieuwere bestemmingsplannen is deze bepaling aangevuld met het volgende:

“Het in de vorige volzin bepaalde is niet van toepassing op gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.”.

Uitgangspunt is dus dat op het moment dat het nieuwe bestemmingsplan in werking treedt het bestaande gebruik mag worden voortgezet, ook al is dit gebruik in strijd met het nieuwe bestemmingsplan. Dit bestaande gebruik mag ook worden gewijzigd, mits de aard van de afwijking niet wordt vergroot. Bovenstaande aanvullende bepaling leidt ertoe dat, indien het gebruik al onder het overgangsrecht van het vorige bestemmingsplan viel, dit gebruik niet mag worden voortgezet. Uit de relevante jurisprudentie blijkt dat een rechter het al snel aannemelijk acht dat een wijziging van het gebruik leidt tot een vergroting van de afwijking ten opzichte van het nieuwe bestemmingsplan. Wil een beroep op het overgangsrecht slagen dan zal aan de hand van objectieve gegevens (foto’s, stukken) moeten worden aangetoond dat de afwijking van het bestemmingsplan gelijk blijft of zelfs minder wordt.

Een gebruik dat onder het overgangsrecht valt hoeft niet perse ononderbroken voort te blijven bestaan. Alleen wanneer het strijdige gebruik gedurende langere tijd onderbroken is, gaat een beroep op het overgangsrecht niet langer op. In de rechtspraak wordt aangenomen dat het gebruik voor ongeveer een periode van een jaar mag worden onderbroken.

Een beroep op het gebruiksovergangsrecht gaat evenmin op als de gemeente het verboden gebruik tijdig, dat wil zeggen voor de datum van inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan, heeft ‘gewraakt’. Wraken gebeurt aan de hand van een aanschrijving of door een andere mededeling dat de gemeente het illegale gebruik niet accepteert.

Wetgeving overgangsrecht

De overgangsrechtelijke bepalingen in het bestemmingsplan vinden hun grondslag in artikel 10 WRO. Artikel 10 WRO bepaalt dat gemeenten met het oog op een goede ruimtelijke ordening bestemmingsplannen dienen vast te stellen. Daarnaast is het overgangsrecht gebaseerd op het rechtszekerheidsbeginsel. Een bestaand bouwwerk of een bestaand gebruik mag worden voortgezet ook al wijzigt de gemeente het planologisch regime. Op grond van het rechtszekerheidsbeginsel dienen bestaande belangen te worden gerespecteerd.

In een bestemmingsplan luiden de overgangsrechtelijke bepalingen doorgaans als volgt:

“Bouwwerken die op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan aanwezig of in uitvoering zijn, dan wel bepaald kunnen worden krachtens een verleende of nog te verlenen bouwvergunning en welke afwijken van het plan mogen:
1. met 10% worden vergroot;
2. met inachtneming van de bestaande bebouwingsgrenzen, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd mits daardoor de afwijking ten opzichte van het in dit plan bepaalde niet wordt vergroot;
3. in geval van een calamiteit volledig worden vernieuwd; zonodig met overschrijding van de bebouwingsgrenzen.”

“Het gebruik van gebouwen en gronden dat bestond op het tijdstip van het van kracht worden van het plan en dat hiermee in strijd is, mag worden voortgezet en gewijzigd, mits de aard van de afwijking ten opzichte van het in dit plan bepaalde niet wordt vergroot”.

“Het in de vorige volzin bepaalde is niet van toepassing op gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.”.

Procedure overgangsrecht

De vraag of een bouwwerk valt onder het overgangsrecht of een bepaald gebruik valt onder het overgangsrecht kan schriftelijk worden neergelegd bij de gemeente. Hiervoor geldt geen aparte procedure. Op grond van een uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 9 juni 2000 (LJN:AA7506) kan worden aangenomen dat de reactie van de gemeente op de vraag of een bepaald gebruik of een bepaald bouwwerk onder het overgangsrecht valt, kan worden aangemerkt als een appelabel besluit. Hiertegen kan een bezwaarschrift worden ingediend. Hierbij zij wel opgemerkt dat de rechtspraak met betrekking tot dit punt nog niet is uitgekristalliseerd. Het is mogelijk dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op enig moment bepaalt dat een dergelijke reactie geen appelabel besluit is. De enige manier om er dan achter te komen of de overgangsrechtelijke bepalingen van toepassing zijn, is eventuele handhavingsacties van de gemeente af te wachten. Een aanschrijving is immers een appelabel besluit, waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Tijdens de bezwaarfase kan dan het standpunt worden ingenomen dat het gebruik of het gebouw onder de overgangsrechtelijke bepalingen van het bestemmingsplan valt.  



Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.