Nieuw / gewijzigd Woningen Bedrijfspanden
Gebruikersnaam:
Wachtwoord:
Login
Met deze functie kunt u zoeken binnen deze website. Schrijf u nu geheel vrijblijvend en kosteloos in als woningzoekende, klik hier.
Nieuws
Deze website is het laatst bijgewerkt op dinsdag 22 mei 2012, 13.56
Herbert Smedema

Herbert Smedema

Herbert Smedema is één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Herbert schrijft geregeld een column in de Maas- en Niersbode onder het kopje: Zakelijk actueel. Tevens volgt hij de ontwikkelingen op vastgoedgebied en bericht hierover op deze website.

Print dit artikel Print

Regeling btw-heffing in privé gebruikte ondernemingsgoederen gewijzigd

Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008

Regeling btw-heffing in privé gebruikte ondernemingsgoederen gewijzigdPer 1 januari 2007 zijn in de Wet op de omzetbelasting en de daarmee verbonden uitvoeringsbeschikking bepalingen opgenomen die er voor zorgen dat er btw-heffing plaatsvindt over het privé-gebruik van bepaalde bedrijfsgoederen. Aanleiding hiervoor was het arrest Charles en Charles-Tijmens van het EG Hof. Deze regeling blijkt te complex en tot veel vragen te leiden. Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft daarom onlangs in een besluit een nieuwe opzet voor die bepalingen bekendgemaakt. Voorts voorziet het besluit in een lichtere vorm van bewijslast, wanneer de ondernemer of de inspecteur voor de berekening van de aftrek van voorbelasting voor inkopen die zowel voor belaste als vrijgestelde omzet wordt gebruikt, wil afwijken van de omzetverhouding en de aftrek op basis van het werkelijk gebruik wil toepassen. Het besluit treedt op 1 januari 2008 in werking. Goedgekeurd is dat de ondernemers de regeling ten aanzien van het privé-gebruik van bedrijfsgoederen met terugwerkende kracht mogen toepassen voor het kalenderjaar 2007.Volledig bericht Naar aanleiding van het arrest Charles en Charles-Tijmens van het EG Hof van Justitie van 14 juli 2005 is per 1 januari 2007 de regelgeving over de heffing van het privé-gebruik van bedrijfsgoederen in Wet op de omzetbelasting en de daarmee verbonden uitvoeringsbeschikking aangepast. Die aanpassing hield onder meer in dat bepaalde handelingen (zoals het gratis privé-gebruik van tot het ondernemingsvermogen behorende goederen) voor de btw-heffing worden aangemerkt als diensten onder bezwarende titel zodat dat daarover btw is verschuldigd. De maatstaf van heffing voor het gratis privé-gebruik werd daarbij gesteld op de door de ondernemer voor het privé-gebruik gemaakte uitgaven. De regeling voor het berekenen van het bedrag waarover btw moet worden betaald met betrekking tot het privé-gebruik blijkt te complex. De regeling roept veel vragen op en het kan op enkele punten tot onevenredige uitkomsten leiden. Zo kan de in de regeling neergelegde maatstaf van heffing sterk afwijken van een maatstaf waarbij wordt uitgegaan van het werkelijke privé-gebruik van het goed. Daardoor kan de btw-heffing over het privé-gebruik in die gevallen aanmerkelijk te laag of te hoog uitvallen. Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft daarom in een besluit een nieuwe opzet voor de berekening van de heffing over privé-gebruik bekendgemaakt. Er worden daarbij twee kostencategorieën onderscheiden, te weten:1. kosten van verwerving of vervaardiging van investeringsgoederen waarop wordt afgeschreven (of kan worden afgeschreven). Deze kosten worden volgens bepaalde regels toegedeeld aan meerdere kalenderjaren. Voor een onroerende zaak worden de kosten verdeeld over 10 jaren. Voor een roerende zaak over 5 jaren. De verdeling vindt voor het eerst plaats in het jaar dat de ondernemer het goed is gaan gebruiken. Voor bepaalde situaties zoals huur, erfpacht, leasing en huurkoop gelden afwijkende regels.2. kosten van onderhoud en herstel. Deze kosten kunnen van jaar tot jaar verschillen. De ondernemer moet deze kosten in aanmerking nemen in het kalenderjaar waarin hij de desbetreffende goederen of diensten gaat gebruiken. Uitgangspunt zijn de feitelijke kosten. In de nieuwe regeling voor privé-gebruik is het werkelijke aandeel van het privé-gebruik van het goed het uitgangspunt. Een ondernemer moet net als voorheen aantekening houden van het privé-gebruik. In gevallen waarin een ondernemer niet kan beschikken over exacte gebruiksgegevens, kan hij uitgaan van een schatting die het werkelijke privé-gebruik zo goed mogelijk benadert. De belastingdienst zal hiervoor nog beleidsregels bekendmaken. Het besluit bevat verder nog een andere wijziging. Ondernemers die zowel belaste als vrijgestelde prestaties verrichten, kunnen niet alle voorbelasting in aftrek brengen. Voor de mate waarin recht op vooraftrek bestaat, is in beginsel de omzetverhouding van de belaste prestaties ten opzichte van alle prestaties (belaste en vrijgestelde) van toepassing. De ondernemer en de inspecteur mogen echter afwijken van deze hoofdregel en een aftrek op basis van het werkelijk gebruik toepassen wanneer dit tot een zuiverdere aftrek leidt. De bewijslast ten aanzien van dat werkelijke gebruik wordt versoepeld door dat men niet langer hoeft “te doen blijken” maar kan volstaan met het “aannemelijk maken”. . Het besluit treedt op 1 januari 2008 in werking. Goedgekeurd is echter dat de ondernemers de regeling ten aanzien van het privé gebruik van bedrijfsgoederen met terugwerkende kracht mogen toepassen voor de btw-heffing over het kalenderjaar 2007. Bron: Ministerie van Financiën, 21-8-2007, nr. DV/2007/51M (gepubliceerd 29-8-2007) en PriceWaterhouseCoopers.

Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.