Herbert Smedema
Herbert Smedema is één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Herbert schrijft geregeld een column in de Maas- en Niersbode onder het kopje: Zakelijk actueel. Tevens volgt hij de ontwikkelingen op vastgoedgebied en bericht hierover op deze website.
Print
Regels voor baatbelasting
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Regels voor baatbelasting
Bij de Hoge Raad was onlangs de baatbelasting van de gemeente Winterswijk aan de orde, die het oneens was met het onverbindend verklaren van haar bekostigingsbesluit door het Gerechtshof in Arnhem. Het hof heeft de belastingverordening onverbindend geoordeeld op de grond dat het bekostigingsbesluit niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen omdat dit besluit niet de lasten vermeldt van de voorzieningen in het gebied waarop de Verordening van toepassing is. De Hoge Raad vindt dat het bekostigingsbesluit wel aan de vermelde vereisten voldoet.
Volledig bericht
Bij de Hoge Raad was onlangs de baatbelasting van de gemeente Winterswijk aan de orde, die het oneens was met het onverbindend verklaren van haar bekostigingsbesluit door het Gerechtshof in Arnhem.
Onder de naam baatbelasting kan door de gemeente een belasting worden geheven van de eigenaar, bezitter of beperkt gerechtigde (hierna: de eigenaar) van een onroerende zaak indien een in een bepaald gedeelte van de gemeente gelegen onroerende zaak, is gebaat door voorzieningen die tot stand worden of zijn gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur. In dat geval worden de aan de voorzieningen verbonden lasten geheel of gedeeltelijk omgeslagen over de eigenaren van de onroerende zaken (artikel 222 Gemeentewet).
Voor het antwoord op vragen als wie geldt als de belastingplichtige, wat het voorwerp is van de belasting, wat het belastbare feit is, wat de heffingsmaatstaf is en het tarief, dient de belastingverordening van de betreffende gemeente te worden geraadpleegd (artikel 217 Gemeentewet). Bij de belastingverordening hoort tevens een bekostigingsbesluit. Daarin moet zijn opgenomen welk bedrag de gemeente via de baatbelasting op de eigenaren wil verhalen.
Bij de Hoge Raad was onlangs de baatbelasting van de gemeente Winterswijk aan de orde. Deze gemeente heeft op 29 mei 1997 het Bekostigingsbesluit herinrichting Winterswijk centrum 1997 (hierna: het bekostigingsbesluit) vastgesteld, waarin is vermeld dat via de heffing van een baatbelasting voor de herinrichting van de binnenstad maximaal f 3.000.000 daarvan zal worden doorberekend aan de gebate eigenaren. Dat komt één van de eigenaren op een aanslag baatbelasting te staan van f 16.723,30.
Het Gerechtshof in Arnhem heeft de belastingverordening onverbindend geoordeeld op de grond dat, kort samengevat, het bekostigingsbesluit niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen omdat dit besluit niet de lasten vermeldt van de voorzieningen in het gebied waarop de Verordening van toepassing is. Winterswijk was het niet eens met deze uitspraak en stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad stelt, deels in afwijking van zijn eerdere rechtspraak terzake, het volgende voorop. Artikel 222 (lid 2) van de Gemeentewet dient aldus te worden uitgelegd dat voor elke in te voeren baatbelasting tevoren bij een bekostigingsbesluit moet zijn vastgesteld in welke mate de lasten, verbonden aan de voorzieningen waarop die baatbelasting betrekking heeft - dat wil zeggen de voorzieningen waarbij de in een bepaald gedeelte van de gemeente gelegen onroerende zaken zijn gebaat - zullen worden verhaald.
Daarbij is van belang dat de wetgever met de invoering van die bepaling heeft bedoeld de rechtszekerheid ten behoeve van de belastingplichtigen te waarborgen. Dit laatste brengt mee dat het bekostigingsbesluit een vermelding moet bevatten van het te verhalen bedrag per (deel)gebied waarop de baatbelastingverordening betrekking zal hebben.
Dat kan hetzij door te vermelden welk (vast of maximum) percentage van de geraamde lasten verhaald zal worden, hetzij door te vermelden welk (vast of maximum) geldbedrag de gemeente in totaal of per onroerende zaak zal verhalen.
Als het bekostigingsbesluit een te verhalen vast of maximum bedrag vermeldt (per onroerende zaak of in totaal), hoeft daarnaast in het besluit niet ook vermeld te worden wat de aan de voorzieningen verbonden lasten voor het (deel)gebied zijn. De vermelding van een bepaald te verhalen bedrag (in totaal of per onroerende zaak) biedt namelijk uit een oogpunt van rechtszekerheid ten behoeve van de belastingplichtigen voldoende houvast, dat niet zou worden vergroot door tevens de geraamde lasten te vermelden, aangezien - indien de lasten later blijken af te wijken van de raming - het te verhalen bedrag in de baatbelastingverordening wel lager dan in het bekostigingsbesluit kan worden vastgesteld maar nooit hoger.
Indien daarentegen in het bekostigingsbesluit is vermeld welk (vast of maximum) percentage van de geraamde lasten zal worden verhaald, dient het besluit - tenzij daarin aan het te verhalen percentage van de lasten een maximumbedrag (per onroerende zaak of in totaal) is verbonden - tevens het bedrag van de geraamde lasten te vermelden; anders zou het besluit onvoldoende rechtszekerheid ten behoeve van de belastingplichtigen bieden.
Overigens geldt ook hier dat, indien de lasten later blijken af te wijken van de raming, in totaal nimmer een hoger bedrag kan worden geheven dan uit het bekostigingsbesluit voortvloeit, maar eventueel wel een lager bedrag.
In het geval van de gemeente Winterswijk geval blijkt uit het bekostigingsbesluit in welke mate - namelijk tot maximaal f 3.000.000 - de lasten van de voorzieningen waarbij de in het gebate gebied gelegen onroerende zaken zijn gebaat, door middel van de bij de verordening ingevoerde baatbelasting herinrichting centrum Winterswijk zullen worden verhaald. Het bekostigingsbesluit voldoet aldus wel degelijk aan de hiervoor vermelde vereisten.
Prof. mr. J.F.M. Giele en mr. F.A. Peppelenbosch
Uit Staatscourant nr. 96 van 22 mei 2007
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.