
Newsfeed ophalen
Volg Smedema
Er komt veel meer bewegingsvrijheid voor regio’s op het gebied van ruimtelijke ordening. Minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) doet dit door het terugbrengen van nationale ruimtelijke belangen en door te schrappen in regels en procedures. Zij ontvouwt haar plannen in de ontwerp-Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte die zij vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Tegelijkertijd geeft zij aan welke richting zij met het infrastructuurbeleid wil inslaan, in welke infrastructuurprojecten zij de komende jaren gaat investeren en op welke manier de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. "Ik wil ruimte maken voor Nederland, aldus de minister.
De voorgestelde wijziging van het ruimtelijk beleid komt voort uit verschillende ontwikkelingen. De belangrijkste is dat de regionale verschillen in Nederland toenemen. Dat maakt maatwerk noodzakelijk. "Beslisruimte zo dicht mogelijk bij de burger, dat wordt het uitgangspunt. Het Rijk moet zo weinig mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten willen zitten. Mensen weten zelf het best hoe ze moeten inspelen op de eigen situatie", aldus Schultz. Zo kunnen de regionale verschillen in groei en krimp gericht worden aangepakt.
Ingewikkelde regelgeving en meerdere bestuurslagen die verantwoordelijk zijn voor de besluitvorming maken het Nederlandse ruimtelijke ordeningsbeleid weinig slagvaardig. Daarom schrapt Schultz in de rijksbemoeienis. Zo ziet zij af van landsdekkende verstedelijkingsafspraken en locatiebeleid (bijvoorbeeld nationale landschappen, rijksbufferzones en snelwegpanorama’s).
Het omgevingsrecht wordt vereenvoudigd, waardoor de doorlooptijd van procedures gehalveerd kan worden. Bovendien scheelt het jaarlijks € 650 miljoen aan administratieve lasten.
Door provincies en gemeenten de ruimte te geven, kan het rijk zich richten op het behartigen van ruimtelijke belangen die van nationale en internationale betekenis zijn. De ontwikkeling van de stedelijke regio’s rond mainports, brainport en greenports gaat gepaard met economische ontwikkeling, energiebehoefte, vraag naar woningen en meer mobiliteit. Projecten als de Zuidas, de ontwikkeling van Schiphol, Rotterdam-Zuid, brainport Eindhoven en de schaalsprong Almere zijn cruciaal voor de nationale economie. Netwerken voor energie en buisleidingen zijn van nationaal belang.
Ook het waarborgen van de waterveiligheid, van unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden, gezondheid en veiligheid is een taak van het Rijk. Uitgangspunten is zorgvuldig ruimtegebruik. Daartoe introduceert Schultz een voorkeursvolgorde ('ladder') voor duurzame verstedelijking. Infrastructuur en ruimte worden veel meer in samenhang aangepakt. Het Rijk zet zo in op een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland.