
Newsfeed ophalen
Volg Smedema
Middeninkomensgroepen op de woningmarkt krijgen het steeds moeilijker. Zij kunnen lastig aan een passende huurwoning komen (lange wachtlijsten, strenge criteria voor toegang) en voor een koopwoning schiet - vooral bij de lagere middengroepen - het inkomen en de leencapaciteit steeds vaker tekort.
Dit stellen de Raad, de Raad voor het Landelijk Gebied en de Raad voor Verkeer en Waterstaat.
Volgens de raden wordt de laatste jaren de situatie voor middengroepen nijpender door veranderingen in de regelgeving in de huursector en de strengere kredietcriteria in de koopsector. De raden voor de leefomgeving en infrastructuur achten een integrale hervorming van de woningmarkt noodzakelijk. Zolang dit niet aan de orde is, pleiten de raden voor een aantal concrete tijdelijke maatregelen die de positie van middeninkomensgroepen verbeteren en het aanbod voor middeninkomens vergroot.
In het advies 'Open deuren, dichte deuren - Middeninkomensgroepen op de woningmarkt' brengen de raden de omvang van de problematiek in beeld en stellen zij mogelijke oplossingen voor. De raden hebben dit advies aangeboden aan minister Donner van Binnenlandse Zaken.
Door diverse maatregelen, waaronder de recente regel dat 90 procent van de vrijkomende woningen in de gereguleerde sociale huursector verhuurd moet worden aan huishoudens met een huishoudinkomen tot 33.614 euro, staat de positie van middeninkomensgroepen sterker onder druk. Zij worden in veel gevallen doorverwezen naar huurwoningen boven de 652 euro en de koopsector.
"Vooral voor huishoudens met lagere middeninkomens (huishoudinkomen van 33.614 euro tot 43.000 euro) geldt dat deze woningen, als ze er al zijn, heel moeilijk betaalbaar zijn. Met name gezinshuishoudens worden getroffen. De problemen zijn in regio's met een gespannen woningmarkt, zoals Amsterdam en Utrecht, groter dan elders", schrijven de raden.
Vaak wordt gewezen op het probleem van het 'scheefwonen': hogere inkomensgroepen in goedkope huurwoningen. De raden hebben dit verschijnsel nauwkeurig bestudeerd. Van een groot aantal huishoudens met lage huurquoten (% van het inkomen dat aan huur wordt uitgegeven) in de sociale huursector blijkt geen sprake te zijn. Daar waar scheefheid is, heeft dit veel te maken met het ontbrekende aanbod. De verhuiswens is er wel, maar een geschikte woning ontbreekt.