Nieuw / gewijzigd Woningen Bedrijfspanden
Gebruikersnaam:
Wachtwoord:
Login
Met deze functie kunt u zoeken binnen deze website. Schrijf u nu geheel vrijblijvend en kosteloos in als woningzoekende, klik hier.
Nieuws
Deze website is het laatst bijgewerkt op dinsdag 22 mei 2012, 13.56
Herbert Smedema

Herbert Smedema

Herbert Smedema is één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Herbert schrijft geregeld een column in de Maas- en Niersbode onder het kopje: Zakelijk actueel. Tevens volgt hij de ontwikkelingen op vastgoedgebied en bericht hierover op deze website.

Print dit artikel Print

Soms minder successierecht verschuldigd gezamenlijke eigen woning

Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008

Onder omstandigheden minder successierecht verschuldigd indien achterblijvende partner de gezamenlijke eigen woning erft De Hoge Raad heeft onlangs een arrest gewezen op het gebied van successierecht, dat met name van belang is voor de jaren 2002 tot en met 2005. Het betreft de waardering voor het successierecht van de woning waarin de overledene tot het overlijden met zijn/haar partner woonde. Volgens een wetswijziging moet vanaf 1 januari 2002 voor de heffing van het successierecht in beginsel worden uitgegaan van de waarde in vrij opleverbare staat. Een waardedrukkende factor wegens voortgezette bewoning door de achterblijvende partner is daarbij niet meer aan de orde. Vanaf 1 januari 2006 mag alleen nog een waardedruk wegens zelfbewoning rekening worden gehouden als de zelfbewoning berust op een huurcontract met de overige erfgenamen (de kinderen). Voor de jaren 2002 tot en met 2005 mag onder omstandigheden wel rekening worden gehouden met een waardedruk wegens voortgezette zelfbewoning. Dat is het geval als sprake is van een woonbeding dat werking heeft tegen (markt-)gegadigden voor die woning en dat bijvoorbeeld berust op een (eventueel bij testament gevestigd) recht van vruchtgebruik, een recht van gebruik en/of bewoning of een huurrecht van de achterblijvende partner. Volledig bericht Erfgenamen zijn in beginsel over het positieve saldo van de nalatenschap (bezittingen minus schulden) successierecht verschuldigd. Als erfgenamen een woning erven, dan is de waarde in het economische verkeer van de woning de grondslag voor het successierecht. Het gaat hierbij in principe om de waarde van de woning in lege staat. De Hoge Raad heeft onlangs een arrest gewezen over de waardering voor het successierecht van de eigen woning waarin de overledene tot het overlijden met zijn/haar partner heeft gewoond en waarbij de achtergebleven partner de bewoning voortzet. De zaak was als volgt. Een man was op 5 augustus 2002 overleden. Tot zijn overlijden bewoonde hij met zijn vrouw een woning waarvan zij beiden eigenaar waren. Zij waren in een algehele gemeenschap van goederen gehuwd. De man had bij testament alle goederen van zijn nalatenschap aan zijn vrouw toebedeeld onder de verplichting aan de overige erfgenamen (de kinderen) hun erfdeel in contanten uit te keren. Zijn vrouw, 72 jaar oud, bleef na het overlijden in de woning wonen. De inspecteur waardeerde de woning bij de berekening van het successierecht op de waarde in vrij opleverbare staat (€ 575.000). De erfgenamen waren van mening dat aan de woning een waardedruk van 25% moest worden toegekend vanwege de voortgezette bewoning van de vrouw. Hof Den Bosch stelde de erfgenamen in het gelijk. De staatssecretaris van Financiën ging daarop met succes in cassatie bij de Hoge Raad. Deze constateerde dat in het jaar van overlijden (2002) de Successiewet nog geen specifiek waarderingsvoorschrift bevatte voor de erfrechtelijk verkregen eigen woning van de achterblijvende partner respectievelijk voor de via schenking verkregen woning waarin de begunstigde woonde (sinds 1 januari 2006 bevat de Successiewet wel een specifiek waarderingsvoorschrift voor een zodanig verkregen eigen woning). In zodanige situatie moet voor de waardering van de woning worden uitgegaan van de waarde in het economische verkeer. In de onderhavige procedure moet onder deze waarde worden verstaan: de waarde in vrij opleverbare staat. De Hoge Raad gaf nog een aanvulling op dit waarderingsvoorschrift. Onder omstandigheden mag wel rekening worden gehouden met een waardedruk wegens voortgezette zelfbewoning. Dat is het geval als sprake is van een woonbeding dat werking heeft tegen (markt-)gegadigden voor die woning en dat bijvoorbeeld berust op een (eventueel bij testament gevestigd) recht van vruchtgebruik, een recht van gebruik en/of bewoning of een huurrecht van de achterblijvende partner. In de onderhavige procedure was geen sprake van een zodanig woonbeding waardoor de woning moest worden gewaardeerd naar de waarde in vrij opleverbare staat. OpmerkingVanaf 1 januari 2006 mag nog uitsluitend met een waardedruk wegens voortgezette zelfbewoning rekening worden gehouden als de bewoning berust op een huurcontract met bijvoorbeeld de overige erfgenamen (de kinderen). Bron: Hoge Raad, 6-4-2007, nr. 41720 en PricewaterhouseCoopers.

Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.