Johan Smedema
Johan Smedema is de oprichter en vanzelfsprekend één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Johan houdt de ontwikkelingen op Vastgoedgebied scherp in de gaten en bericht hierover op deze website.
Print
Vaststellen voortzettingswaarde bij bedrijfsopvolging in het successie- en schenkingsrecht
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Nieuws
if(top.frames.length==0)
{
document.location="nieuws.htm"
}
//-->
05-03-2004
Verzorgd
door:
Mr J. Smedema
Vaststellen
voortzettingswaarde bij bedrijfsopvolging in het successie- en schenkingsrecht
De bedrijfsopvolgingsregeling in het successie- en schenkingsrecht biedt bij schenking
of vererving van ondernemingsvermogen of aandelen of winstbewijzen van een vennootschap
die bij de schenker of de overledene tot een aanmerkelijk belang behoorden (hierna: ook
aangemerkt als ondernemingsvermogen) een vermindering van het te betalen successie- en
schenkingsrecht. Hierbij geldt als voorwaarde dat de onderneming door de verkrijger ten
minste vijf jaar wordt voortgezet dan wel dat hij de aandelen gedurende vijf jaar behoudt
en de onderneming van de vennootschap in die periode niet staakt.
Als aan de voorwaarden voor de bedrijfsopvolgingsregeling is voldaan dan zal 30% van de
waarde van het ondernemingsvermogen buiten de heffing van het successie- en
schenkingsrecht blijven. De Belastingdienst zal voor vijf jaar renteloos uitstel van
betaling verlenen en de belasting niet invorderen als aan de gestelde voorwaarden is
voldaan. Aan het einde van de vijf jaar zal de aanslag worden verminderd tot nihil. De
algemene waarderingsregel voor het ondernemingsvermogen is de waarde in economische
verkeer met inbegrip van de voor overdracht vatbare goodwill. Als het bedrijf wordt
voortgezet, zal waardering naar de zogenoemde going concernwaarde (hierna:
voortzettingswaarde) plaatsvinden. Voor deze waardering bestaat geen vaste formule, maar
doorgaans wordt de zogenoemde rentabiliteitsmethode als uitgangspunt genomen. Bij de
waardering is de voortzettingswaarde in beginsel ten minste de liquidatiewaarde van de
onderneming.
Daarnaast bevat de bedrijfsopvolgingsregeling ook een faciliteit voor slecht renderende
ondernemingen. Deze faciliteit kan van toepassing zijn als de opbrengst bij directe
verkoop van de afzonderlijke vermogensbestanddelen van een onderneming (liquidatiewaarde)
hoger is dan de opbrengst bij verkoop van de onderneming als geheel (voortzettingswaarde).
Om te voorkomen dat in deze gevallen de onderneming wordt gestaakt, gaat de
Belastingdienst op verzoek van de verkrijger toch bij de waardering uit van de lagere
voortzettingswaarde. De belasting die is toe te rekenen aan het verschil tussen beide
waarden wordt opgenomen in een conserverende aanslag. De Belastingdienst zal de belasting
niet invorderen als vijf jaar aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Aan het eind van het
vijfde jaar zal de aanslag worden verminderd tot nihil.
De staatssecretaris van Financiën heeft onlangs in een besluit een toelichting gegeven op
de vaststelling van de voortzettingswaarde in het successie- en schenkingsrecht van een
onderneming bij bedrijfsopvolging. Dit besluit kan nuttig zijn.
Zoals hiervoor al is aangegeven, wordt bij de bepaling van de voortzettingswaarde
doorgaans aansluiting gezocht bij de rentabiliteitsmethode. De staatssecretaris keurt
echter goed dat voor het bepalen van de voortzettingswaarde van de onderneming ook de
zogenoemde Discounted Cash Flow methode (hierna: DCF-methode) kan worden gebruikt. De
DCF-methode ziet de waarde van een onderneming als een kasstroom aan het einde van de
gebruikte periode. De geschatte restwaarde op dat moment komt tegen de contante waarde
terug in de voortzettingswaarde. Hierbij geldt volgens de staatssecretaris wel als
uitgangspunt dat de kasstromen in de onderneming contant worden gemaakt tegen een termijn
van maximaal 15 jaar. Onder een kasstroom is in ieder geval het volgende te verstaan: het
jaarlijkse resultaat gecorrigeerd met afschrijvingen, financieringslasten en de vergoeding
voor arbeid.
De staatssecretaris merkt overigens op dat voor de agrarische sector is afgesproken om
voor de berekening van de kasstroom met genormeerde bedragen op basis van KWIN-gegevens
(praktijkboek Kwantitatieve Informatie Veehouderij en Kwantitatieve Informatie Akkerbouw)
te werken. Voor de overige bedrijfstakken geldt voor de berekening van de kasstromen als
uitgangspunt de verlies- en winstrekening over de laatste drie jaren.
Bron: Ministerie van Financiën, 12-2-2004, nr. CPP2003/3061M
Europaplein 6, 6591 AV Gennep, Telefoon 0485 51 24 95, Fax 0485 51 75 32
info@smedema.nl
www.smedema.nl
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.