Herbert Smedema
Herbert Smedema is één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Herbert schrijft geregeld een column in de Maas- en Niersbode onder het kopje: Zakelijk actueel. Tevens volgt hij de ontwikkelingen op vastgoedgebied en bericht hierover op deze website.
Print
Verkoopwinst voor in eigen beheer gebouwde woning onbelast
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Verkoopwinst voor in eigen beheer gebouwde woning onbelast
Hof Amsterdam heeft in een sterk feitelijke procedure beslist dat een verkoopwinst op een in eigen beheer gebouwde woning onbelast was. Er bleek namelijk geen bron van inkomen te zijn. Voor dit laatste moet zijn voldaan aan drie cumulatieve voorwaarden: u neemt deel aan het economische verkeer, u beoogt hiermee een voordeel en u kunt redelijkerwijs een voordeel verwachten. De procedure betrof een metselaar die tezamen met zijn thuiswonende zoon in eigen beheer een woning had gebouwd die voor eigen bewoning was bestemd. Vlak voor de aflevering in begin 2000 zagen zij ervan af om erin te gaan wonen. Dit hield klaarblijkelijk verband met het bekend worden van de verhuisplannen van een naburig overlast gevend bedrijf. Verder waren de keuken, trap en trapopgang geheel naar eigen smaak afgewerkt. Het Hof hechtte daarom geloof dat de woning voor eigen bewoning was bestemd. Vader en zoon hadden de werkzaamheden binnen de privé-sfeer verricht en niet in het economische verkeer.Als uw activiteiten een bron van inkomen vormen, dan zijn in beginsel de opbrengsten belast, de kosten aftrekbaar en eventuele geleden verliezen verrekenbaar met toekomstige inkomens. Voor het aannemen van een bron van inkomen moet zijn voldaan aan drie cumulatieve voorwaarden: u neemt deel aan het economische verkeer, u beoogt hiermee een voordeel en u kunt redelijkerwijs een voordeel verwachten. Of sprake is van een bron van inkomen hangt sterk van de feiten af. Dat blijkt onder meer uit een uitspraak van Hof Amsterdam. De zaak was als volgt.Een metselaar dreef samen met zijn nog inwonende zoon een metselbedrijf in firmaverband. In 1998 kocht hij een stuk grond en bouwde er in de twee volgende jaren een woning op. Het was de bedoeling dat hetzij de metselaar met zijn gezin hetzij de zoon alleen in de woning zou gaan wonen. De metselaar en zijn zoon verrichtten zelf een deel van de werkzaamheden bestaande uit het metsel- en timmerwerk, schilderen en hulp met betonnen. De overige werkzaamheden hadden zij aan een aannemer uitbesteed. Rond het moment van voltooiing van de woning (begin 2000) werd bekend dat een bij de bestaande woning van de metselaar naburig, overlastgevend bedrijf zou gaan verhuizen. De metselaar en zijn zoon zagen ervan af om te verhuizen en verkochten het nieuw gebouwde huis met een grote winst. De inspecteur corrigeerde de aangifte inkomstenbelasting 2000 van de metselaar door zijn deel in de verkoopwinst in de belastingheffing te betrekken. Hij stelde dat de verkoopwinst behoorde tot de winst uit onderneming, ofwel omdat de verrichte werkzaamheden in het verlengde lagen van het metselbedrijf en deze werkzaamheden aan de onderneming ten behoeve van privé waren onttrokken. De zaak kwam voor Hof Amsterdam. Het Hof vond het geloofwaardig dat alleen de metselwerkzaamheden behoorden tot de activiteiten van de vof van de metselaar en zijn zoon. De andere werkzaamheden weken in betekenende mate af van de werkzaamheden van de vof. Verder was de verkoopwinst op de woning niet conform de verdeelsleutel van de vof verdeeld (50% -50% in 2000), maar bedroeg het winstaandeel van de metselaar bijna het tweevoud van die van de zoon. Ook het afsluiten van een Construction all risk verzekering voorafgaande aan de bouw betekende volgens het Hof nog niet dat daardoor sprake was beroepsmatig bouwen.Op basis van de feitelijke omstandigheden vond het Hof aannemelijk dat de woning voor zelfbewoning was gebouwd, dat verkoopwinst geen deel uitmaakte van de winst uit onderneming en dat evenmin sprake was van enige onttrekking van de onderneming. De inspecteur had vervolgens nog gesteld dat sprake zou zijn van andere inkomsten uit arbeid (nu resultaat uit overige werkzaamheden geheten). Ook dat wees het Hof af. Omdat de metselaar de werkzaamheden in de privé-sfeer had verricht en niet in het economische verkeer, was niet aan alle vereisten van een bron van inkomen voldaan. Het Hof stelde de metselaar in het gelijk en verminderde de aanslag. De staatssecretaris van Financiën heeft geen cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Hof. Hij geeft aan dat hij van mening is dat de uitspraak van het Hof geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Voor het overige vindt hij de uitspraak zozeer verweven met waarderingen van feitelijke aard, dat het weinig zinvol is om cassatie in te stellen. Bron: Hof Amsterdam, 19-5-2005, nr. 04/2550, V-N nr. 28-9-2006, nr. 47/8
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.