Nieuw / gewijzigd Woningen Bedrijfspanden
Gebruikersnaam:
Wachtwoord:
Login
Met deze functie kunt u zoeken binnen deze website. Schrijf u nu geheel vrijblijvend en kosteloos in als woningzoekende, klik hier.
Nieuws
Deze website is het laatst bijgewerkt op dinsdag 22 mei 2012, 13.56
Herbert Smedema

Herbert Smedema

Herbert Smedema is één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Herbert schrijft geregeld een column in de Maas- en Niersbode onder het kopje: Zakelijk actueel. Tevens volgt hij de ontwikkelingen op vastgoedgebied en bericht hierover op deze website.

Print dit artikel Print

Vermogensetikettering bij panden met gemengd gebruik

Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008

Vermogensetikettering bij panden met gemengd gebruik De Hoge Raad heeft onlangs enige arresten gewezen over vermogensetikettering van panden waarvan een deel in de onderneming en een deel daarbuiten werd gebruikt. Voor deze panden met gemengd gebruik heeft een ondernemer binnen de grenzen van de redelijkheid de vrijheid of hij het pand (deels) rekent tot het ondernemingsvermogen of het privévermogen. Het pand behoort in zodanige situatie tot het keuzevermogen. Bij splitsbare panden moet de ondernemer per deel aangeven of hij deze tot het ondernemingsvermogen dan wel tot het privévermogen rekent. In het algemeen is daarbij de wil van de ondernemer beslissend zoals die uit zijn boekhouding of op andere wijze tot uitdrukking komt. De ondernemer moet daarbij wel binnen de eerdergenoemde grenzen van redelijkheid blijven. Uit de arresten blijkt dat het moeilijk is om op een eenmaal gemaakte keuze terug te komen. Slechts onder bijzondere omstandigheden is een keuzeherziening op zijn plaats. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001, of als een pand van begin af aan of door gewijzigde omstandigheden onjuist is geëtiketteerd.Volledig bericht: Als een ondernemer een pand met afzonderlijk bruikbare delen (etages) verwerft, moet hij fiscaal aangeven of hij het hele pand voor de onderneming gebruikt, deels in de onderneming en deels daarbuiten gebruikt of geheel buiten de onderneming (in privé) gebruikt. Dit heet ook wel vermogensetikettering. Bij aanwending in beide sferen (dat wil zeggen bij gemengd gebruik) heeft de ondernemer binnen de grenzen van de redelijkheid de vrije keuze om het vermogensbestanddeel wel of niet tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen. Vermogensetikettering leidt ertoe dat de voor- of nadelen die met een vermogensbestanddeel worden behaald, binnen de ondernemingssfeer zijn belast als winst en onbelast zijn binnen de privé-sfeer. De uitkomst van een vermogensetikettering wordt sterk bepaald door de feitelijke situatie en de wil van de ondernemer. Een goede handleiding hierbij vormt de conclusie van Advocaat-Generaal Overgaauw uit 2006 bij enkele procedures waarin de Hoge Raad op 13 juli 2007 uitspraak heeft gedaan. De hoofdlijnen bij etikettering zijn als volgt.Bij keuzevermogen is in beginsel de wil van de ondernemer op het moment van verwerving van het pand beslissend. De ondernemer overschrijdt bij vermogensetikettering de grenzen van de redelijkheid als de (voorgenomen) aanwending van het pand niet spoort met de feitelijke aanwending. Als dat niet het geval is, moet de ondernemer etiketteren naar het feitelijke gebruik. Dit houdt in dat een tot het ondernemingsvermogen gerekend pand dat in een sterk overheersende mate voor privédoeleinden wordt gebruikt, verplicht moet worden geëtiketteerd tot privévermogen.De vermogensetikettering betreft elk fiscaalrechtelijk bezien afzonderlijk vermogensbestanddeel; een splitsbaar pand wordt beoordeeld niet als geheel, maar per afzonderlijk zelfstandig gedeelte. Daarbij kunnen gradaties van splitsbaarheid worden onderscheiden. Zo kan het gaan om een vermogensbestanddeel dat in juridische zin zou kunnen worden gesplitst, waardoor de onderdelen zelfstandig kunnen worden verkocht. Het kan ook gaan om (onderdelen van) vermogensbestanddelen die niet in juridische zin kunnen worden gesplitst, maar die wel zelfstandig rendabel kunnen worden gemaakt. In laatstgenoemde situatie is sprake van een splitsbaar pand. Bij een splitsbaar pand kunnen bijvoorbeeld de verschillende etages zonder bezwaar aan verschillende gebruikers worden verhuurd. Als sprake is van (niet-splitsbare) vermogensbestanddelen die zowel zakelijk als privé worden gebruikt geeft de keuze van de ondernemer (voor ondernemings- of privévermogen) de doorslag, tenzij de redelijkheid zich tegen deze keuze verzet. De etiketteringsvraag komt opnieuw aan de orde als de aanwending van het pand wijzigt. Dat doet zich bijvoorbeeld voor als de onderneming wordt gestaakt. In zo'n geval moet het pand worden overgebracht naar het privévermogen, tenzij het slechts wordt aangehouden in afwachting van een geschikte gelegenheid tot verkoop. In andere gevallen dan staking van de onderneming vormt de wijziging in aanwending een omstandigheid die het maken van een nieuwe keuze rechtvaardigt, dan wel een verplichte overgang naar het privévermogen tot gevolg heeft. De door de ondernemer gemaakte keuze voor etikettering voor ondernemingsvermogen of privévermogen moet blijken. Een eenmaal gemaakte keuze kan niet worden gewijzigd tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Een onjuiste etikettering (van meet af aan of door gewijzigde omstandigheden) dient te worden hersteld, zo nodig met toepassing van de zogeheten foutenleer (herstel in oudst openstaand boekjaar). In de procedures waarin de Hoge Raad onlangs uitspraak heeft gedaan, blijkt dat -indien een pand behoort tot het keuzevermogen- het moeilijk is om op een eenmaal gemaakte keuze terug te komen. Slechts onder bijzondere omstandigheden is een keuzeherziening op zijn plaats, bijvoorbeeld vanwege de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001. Echter in dat geval moet de ondernemer erop bedacht zijn dat bij een tussentijdse waardestijging van ee n pand dat hij tot het ondernemingsvermogen rekende, hij over de boekwinst moet afrekenen. Bron: Hoge Raad, 13-7-2007, nrs. 43298, 42698 en 42906 en PricewaterhouseCoopers

Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.