Johan Smedema
Johan Smedema is de oprichter en vanzelfsprekend één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Johan houdt de ontwikkelingen op Vastgoedgebied scherp in de gaten en bericht hierover op deze website.
Print
Vervangingsreserve - herinvesteringreserve.
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Verzorgd door
14-04-2006
Verzorgd
door:
Mr J. Smedema
Vervangingsreserve - herinvesteringreserve.
Ruime uitleg begrip vervanging. Bedrijfsunits vervullen dezelfde
economische functie als vervangen van verhuurde woningen
De Hoge Raad geeft een ruime interpretatie aan het vereiste voor de
toepassing van de vervangingsreserve (nu: herinvesteringreserve) dat het
vervreemde en vervangende bedrijfsmiddel eenzelfde economische functie
in de onderneming moeten vervullen. Dat is duidelijk geworden na het
recente arrest van 10 maart 2006. De Hoge Raad oordeelt ten aanzien van
een BV die zich bezighoudt met de verhuur van vastgoed dat bedrijfsunits
dezelfde economische functie vervullen als een verhuurd woonpand. Het
Hof had eerder in dezelfde zaak geoordeeld dat de verschillen tussen de
bedrijfsunits enerzijds en het pand anderzijds te groot waren. De Hoge
Raad staat echter toe dat de voor de boekwinst over het pand gevormde
vervangingsreserve mag worden afgeboekt tegen de investering in de
bedrijfsunits.
De
herinvesteringreserve
Als een onderneming of een BV een boekwinst behaalt bij de verkoop
van een van zijn bedrijfsmiddelen, kan onder voorwaarden een
herinvesteringreserve worden gevormd. Daarbij wordt de belastingheffing
over de boekwinst uitgesteld. De reserve wordt afgeboekt op het moment
dat er een vervangend bedrijfsmiddel wordt aangeschaft of voortgebracht.
Indien het bedrijfsmiddel een duurzaam bedrijfsmiddel is dat niet of in
meer dan tien jaar pleegt te worden afgeschreven - zoals vastgoed - moet
het vervangende bedrijfsmiddel eenzelfde economische functie hebben
binnen de onderneming.
Het vervangingsvereiste, de eis dat het vervreemde en vervangende
bedrijfsmiddel eenzelfde economische functie vervullen binnen de
onderneming, bestond ook al vóór de herziening van de
inkomstenbelastingwet in 2001 in de toenmalige
vervangingsreserveregeling. Onderstaande zaak betreft nog de toepassing
van de vervangingsreserve, maar het oordeel van de Hoge Raad blijft in
de huidige regeling met betrekking tot onroerende zaken evenzeer van
belang.
Bedrijfsunits
eenzelfde economische functie als vervangen verhuurde woningen?
Het gaat in het arrest om de volgende situatie. Een BV houdt zich bezig
met de verhuur van onroerende zaken. In 1997 bezat de BV een pand dat
was gesplitst in twee appartementsrechten, een dubbele benedenwoning en
een dubbele bovenwoning. De dubbele benedenwoning werd verhuurd aan de
directrice en aandeelhoudster van de BV; de dubbele bovenwoning werd
verhuurd aan derden. Ultimo 1997 worden beide gedeelten van de woning
verkocht en voor de daarbij behaalde boekwinst vormt de BV een
vervangingsreserve. De BV boekt deze vervangingsreserve eerst
gedeeltelijk af bij de aankoop van een nieuw woonhuis bestemd voor
verhuur aan de directrice en aandeelhoudster. Daarna investeert de BV in
vijf nog te bouwen zogenoemde bedrijfsunits, welke merendeels zijn
bestemd om casco te worden verhuurd aan bedrijven. De inspecteur staat
afboeking van de vervangingsreserve ten aanzien van de bedrijfsunits
echter niet toe. Hij betwist dat deze bedrijfsunits voldoen aan het
vereiste, dat zij economisch dezelfde plaats innemen in de onderneming
van de BV als het per ultimo 1997 verkochte pand. De BV gaat hiertegen
in beroep en de zaak kwam voor het Gerechtshof te Amsterdam.
Hof Amsterdam komt tot de
conclusie dat de verschillen tussen de bedrijfsunits enerzijds en het
pand anderzijds van zodanig gewicht zijn, dat niet kan worden gezegd dat
zij eenzelfde economische functie vervullen in de onderneming van de BV.
Het Hof baseert dit oordeel onder meer op het verschil in aard en
opbrengst tussen de het pand en de bedrijfsunits. Het pand was bestemd
voor verhuur aan particulieren en de bedrijfsunits voor verhuur aan
ondernemingen en de jaarlijkse huuropbrengst van de bedrijfsunits is
vele malen hoger dan de jaarlijkse huuropbrengst van het pand. Daarnaast
constateert het Hof verschillen in de economische levensduur, de grootte
van het leegstandrisico, de toepasselijke huurbeschermingsregels en het
profiel van onderhoudskosten. Het Hof oordeelt daarom dat de
vervangingsreserve niet kan worden afgeboekt van de stichtingskosten van
de bedrijfsunits.
De Hoge Raad is het niet
met dit oordeel van het Hof eens. Zoals uit de wetsgeschiedenis blijkt,
moet met betrekking tot het begrip vervanging een ruim standpunt worden
ingenomen. Gelet op het doel van de onderneming, namelijk het verkrijgen
van opbrengst uit het verhuren van onroerende zaken, moet worden
geconcludeerd dat het pand en de bedrijfsunits dezelfde economische
functie vervullen voor de BV. De door het Hof vermelde verschillen doen
daaraan niet af, aldus de Hoge Raad.
De Hoge Raad stelt
hiermee de BV alsnog in het gelijk en oordeelt dat de vervangingsreserve
mag worden toegepast op de investering in de bedrijfsunits, aangezien
deze in de onderneming van de BV eenzelfde economische plaats innemen
als het eerder verkochte pand. Voor de huidige regeling voor de
herinvesteringreserve is het van groot belang dat de Hoge Raad met dit
arrest heeft bevestigd dat het begrip vervanging, ofwel ‘eenzelfde
economische functie vervullen’ ruim moet worden uitgelegd. Hierdoor zal
een herinvesteringreserve die is gevormd voor de boekwinst bij verkoop
van een bedrijfsmiddel waarop niet of in meer dan tien jaar pleegt te
worden afgeschreven (onroerende zaak) sneller kunnen worden aangewend
bij nieuwe investeringen in onroerende zaken.
Bron: Hoge Raad,
10-03-2006, nr. 41.465, LJN: AU8196.
Europaplein 6, 6591 AV Gennep, Telefoon 0485
51 24 95, Fax 0485 51 75 32
info@smedema.nl
www.smedema.nl
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.