Johan Smedema
Johan Smedema is de oprichter en vanzelfsprekend één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Johan houdt de ontwikkelingen op Vastgoedgebied scherp in de gaten en bericht hierover op deze website.
Print
Vrije waarde voor berekening legitieme portie niet redelijk.
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Verzorgd door
21-7-2004
Verzorgd
door:
Mr J. Smedema
Vrije waarde voor
berekening legitieme portie niet redelijk.
In de landbouw is het bij bedrijfsopvolging gebruik dat de opvolger, al dan niet
via een maatschap, het ouderlijke bedrijf tegen een lagere dan vrije economische waarde
overneemt. Niet alleen fiscaal maar ook voor de verhouding tussen erfgenamen kan echter
een overname tegen een lage prijs gevolgen hebben. De Hoge Raad wees daarover op 13
februari 2004 een interessant arrest.
Bij het overlijden van ouders hebben de kinderen recht op een zogenaamde legitieme portie.
Dit is het deel van de erfenis waarop kinderen ten minste aanspraak kunnen maken,
uitgedrukt in contanten. De legitieme portie is in het nieuwe erfrecht de helft van het
normale kindsdeel. Bij de berekening van de legitieme portie moeten behalve de waarde van
de goederen in de nalatenschap ook worden meegenomen de gedane giften. In het nieuwe
erfrecht dat sinds 1 januari 2003 geldt, is een speciale regeling getroffen voor
bedrijfsopvolgers. Deze hebben het recht het bedrijf tegen een redelijke prijs onder nader
te stellen voorwaarden over te nemen. Het oude erfrecht kende een dergelijke regeling
niet. Veel kwesties over erfenissen lopen al geruime tijd. Daarvoor geldt nog het oude
erfrecht. Daarover deed de Hoge Raad uitspraak.
Onredelijk om uit te gaan van de vrije waarde voor bepaling kindsdeel Vader en een zoon
hadden een melkveebedrijf in een vennootschap onder firma. Bij het einde van de
vennootschap had de zoon het recht het bedrijf tegen een lage prijs over te nemen. De
vennootschap was aangegaan voordat het melkquotum was ingevoerd zodat daarover geen
regeling was getroffen. De erfgenamen stelden zich op het standpunt dat de
bedrijfsopvolger was bevoordeeld en dat deze bevoordelingen moesten worden meegenomen bij
de berekening van de legitieme portie. De bedrijfsopvolger verzette zich daartegen. De
Hoge Raad geeft aan dat van belang is wat er in de vennootschapsakte is geregeld. In die
akte was bepaald dat overgenomen mocht worden tegen de agrarische waarde. De Hoge Raad
verstaat daaronder de waarde waarbij voortzetting van de exploitatie nog juist haalbaar
is.
Voor de vraag of er bevoordelingen zijn die meetellen bij de berekening van legitieme
vindt de Hoge Raad de tekst van de vennootschap akte van groot belang. Als de vennootschap
is aangegaan met het oogmerk van continuïteit van de onderneming dan is redelijk en
billijk dat de agrarische waarde ook geldt voor het melkquotum ofschoon dit niet met
zoveel woorden is geregeld. Het gaat er immers om dat de intentie van partijen was dat de
vennootschap onder firma zou kunnen worden voortgezet. Het zou onredelijk en onbillijk
zijn van de andere kinderen om bij de waardering van het bedrijf uit te gaan van de waarde
in het economisch verkeer. De bedrijfsvoortzetting moet nog juist lonend zijn.
In dit specifieke geval ontbrak bovendien een meerwaardeclausule. Het ontbreken van een
dergelijk clausule kan eveneens leiden tot het aannemen van een schenking. Het niet
opnemen van de meerwaardeclausule in een vennootschapsovereenkomst kan dus leiden tot het
aantasten van de legitieme rechten van de andere kinderen.
Vennootschapcontract van belang bij bepaling legitieme portie In de landbouw wordt steeds
vaker geprocedeerd over nalatenschappen. De waarde in het economische verkeer van
agrarische bedrijven is met name bij melkveebedrijven de afgelopen 15 jaar enorm gestegen.
De Hoge Raad heeft nu in elk geval uitgemaakt dat het onredelijk kan zijn om zonder meer
uit te gaan van die vrije waarde voor de bepaling van de kindsdelen. Daarbij zijn wel de
feiten en omstandigheden van het specifieke geval van belang. De omvang van het bedrijf,
het al dan niet opnemen van meerwaarde clausules, de rentabiliteit van het bedrijf, dit
alles zijn omstandigheden die mee kunnen wegen bij de vraag of bevoordeling plaatsvindt.
In die gevallen waarin nooit een maatschapsovereenkomst is gesloten en dus ook geen lage
waarderingsgrondslagen zijn afgesproken is het de vraag of ook hier de zogenaamde
agrarische waarde moet gelden. In de jurisprudentie zijn gevallen bekend dat in dergelijke
situaties voor de bepaling van de legitieme rechten uitgegaan moet worden van de waarde in
het economisch verkeer. Eens te meer blijkt dat bedrijfsopvolging in de landbouw niet
alleen een zaak is van de ouders en de opvolgers, maar ook van de andere kinderen.
Als gezegd om het nieuwe erfrecht gedeeltelijk tegemoet aan de wensen van de
bedrijfsopvolger. Het bovenstaande is geschreven voor onder het oude recht opengevallen
nalatenschappen.
Europaplein 6, 6591 AV Gennep, Telefoon 0485
51 24 95, Fax 0485 51 75 32
info@smedema.nl
www.smedema.nl
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.