Johan Smedema
Johan Smedema is de oprichter en vanzelfsprekend één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Johan houdt de ontwikkelingen op Vastgoedgebied scherp in de gaten en bericht hierover op deze website.
Print
Waardedrukkende factor bij waardering bewoonde woning door erfgenamen
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Verzorgd door
16-08-2004
Verzorgd
door:
Mr J. Smedema
Waardedrukkende factor
bij waardering bewoonde woning door erfgenamen.
Erfgenamen zijn in beginsel over het positieve saldo van de nalatenschap (bezittingen
minus schulden) successierecht verschuldigd. Als erfgenamen een woning erven, dan is de
waarde in het economische verkeer van de woning de grondslag voor het successierecht. Tot
1 januari 2002 mochten erfgenamen bij het verkrijgen van een bewoonde woning, de waarde
van de woning op 60% van de waarde in lege staat vaststellen. Onlangs besliste Hof Den
Bosch dat de afschaffing van deze 60%-waarderingsregeling een terugkeer betekende naar de
situatie van vóór 1 januari 1985 (de datum waarop de 60%-waarderingsregeling is
ingevoerd). Dit betekent dat voor ieder afzonderlijk geval op basis van de feiten en
omstandigheden de waardedrukkende factor van het bewoond zijn van de woning moet worden
bepaald. Het Hof was van mening dat de erfgenamen in deze zaak rekening mochten houden met
een waardedrukkende factor van 30%.
Volledig bericht
Erfgenamen zijn in beginsel over het positieve saldo van de nalatenschap (bezittingen
minus schulden) successierecht verschuldigd. Als erfgenamen een woning erven, dan is de
waarde in het economische verkeer van de woning de grondslag voor het successierecht. Tot
1 januari 2002 mochten erfgenamen bij het verkrijgen van een bewoonde woning, de waarde
van de woning op 60% van de waarde in lege staat vaststellen. Onlangs kwam in een zaak
voor Hof Den Bosch de vraag aan de orde voor welke waarde de erfgenamen een bewoonde
woning in de nalatenschap moesten opnemen. Dit betreft een zaak na de afschaffing van de
60%-waarderingsregeling in de Successiewet. De zaak was als volgt.
Een vrouw overleed in maart 2002. Haar echtgenoot en haar kinderen verkregen de
nalatenschap waartoe onder meer een woning behoorde. De echtgenoot kreeg alle goederen
toebedeeld en de kinderen verkregen een vordering op hun vader. In de aangifte
successierecht hadden de erfgenamen de waarde van de woning op een lagere waarde gesteld
dan 100% van de waarde in vrij opleverbare staat. De reden hiervoor was dat de woning op
het moment van overlijden van de vrouw nog werd bewoond door de echtgenoot. Zij waren van
mening dat de waarde van de woning 70% van de waarde in vrij opleverbare staat bedroeg. De
inspecteur was echter van mening dat nu de wetgever per 1 januari 2002 de
60%-waarderingsregel in het successierecht had afgeschaft, de erfgenamen de woning in
aanmerking moesten nemen voor 100% van de waarde in lege staat. De zaak kwam voor het Hof.
Het Hof was van mening dat de erfgenamen de woning in de nalatenschap in beginsel tegen de
waarde in het economische verkeer in aanmerking moesten nemen. De afschaffing van de
60%-waarderingsregeling in het successierecht per 1 januari 2002 betekende volgens het Hof
een terugkeer naar de situatie van vóór 1 januari 1985 (de datum waarop de
60%-waarderingsregeling in de Successiewet is opgenomen). Dit betekent dat voor ieder
afzonderlijk geval op basis van de feiten en omstandigheden de waardedrukkende factor van
het bewoond zijn van de woning moet worden bepaald. Het Hof merkte hierbij op dat de door
de wetgever in de parlementaire geschiedenis bij de afschaffing van de
60%-waarderingsregeling verdedigde waardering van de eigen woning tegen 100% van de waarde
in vrije staat niet voortvloeit uit de Successiewet.
Het Hof is het met de erfgenamen eens dat een waardedrukkende factor van 30% voor het
bewoond zijn van de woning door de echtgenoot op het moment van overlijden van de vrouw
niet onredelijk was. Hierbij nam het Hof onder meer de gezondheid van de echtgenoot, de
leeftijd (77 jaar) en de plannen van de echtgenoot om in de toekomst de bewoning niet te
beëindigen in aanmerking.
De erfgenamen hadden de woning terecht op 70% van de waarde in vrij opleverbare staat
gewaardeerd.
Bron: Hof Den Bosch, 30-6-2004, nr. 03/02113, (vrijgegeven ter publicatie op 15-7-2004)
Europaplein 6, 6591 AV Gennep, Telefoon 0485
51 24 95, Fax 0485 51 75 32
info@smedema.nl
www.smedema.nl
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.