Nieuw / gewijzigd Woningen Bedrijfspanden
Gebruikersnaam:
Wachtwoord:
Login
Met deze functie kunt u zoeken binnen deze website. Schrijf u nu geheel vrijblijvend en kosteloos in als woningzoekende, klik hier.
Nieuws
Deze website is het laatst bijgewerkt op woensdag 23 mei 2012, 11.18
Herbert Smedema

Herbert Smedema

Herbert Smedema is één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Herbert schrijft geregeld een column in de Maas- en Niersbode onder het kopje: Zakelijk actueel. Tevens volgt hij de ontwikkelingen op vastgoedgebied en bericht hierover op deze website.

Print dit artikel Print

Wanneer is sprake van ondernemerschap voor de omzetbelasting?

Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008

Wanneer is sprake van ondernemerschap voor de omzetbelasting? Het begrip ondernemer is voor de heffing van omzetbelasting anders dan voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. De Hoge Raad heeft onlangs nog eens aangegeven wat voor de heffing van omzetbelasting de criteria zijn voor het ondernemerschap. De Wet op de omzetbelasting gaat uit van het begrip ‘bedrijf’ en kent daaraan geen andere betekenis toe dan aan het ruime begrip ‘economische activiteiten’ zoals genoemd in de Zesde richtlijn. Het begrip economische activiteiten omvat alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter en ook (voorbereidende) werkzaamheden die zijn gericht op een duurzaam deelnemen aan het economische verkeer en werkzaamheden ter beëindiging van een onderneming. De (winst-)doelstelling of de resultaten van de handelingen of werkzaamheden als zodanig zijn voor het oordeel over het ondernemerschap niet relevant. Hof Arnhem had voor het ondernemerschap echter een onjuist criterium aangelegd. De Hoge Raad heeft de hofuitspraak vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Den Bosch. De procedure betrof een man die in de jaren 1998 tot en met 2000 geen omzet van enige betekenis had behaald en waarvan de omzetten in 1996 en 1997 geheel waren toe te schrijven aan opdrachten van de voormalige werkgever van de man. De inspecteur was van mening dat de man over 1998 tot en met 2000 niet meer als ondernemer kon worden aangemerkt. Hij legde de man over deze jaren naheffingsaanslagen op ter hoogte van teruggegeven bedragen (voorbelasting). Het Hof was het met de inspecteur eens. Het lag naar het oordeel van het Hof op de weg van de man gegevens te verstrekken waaruit zou kunnen volgen dat hij in de betreffende jaren zodanige activiteiten had ontwikkeld dat sprake was van een duurzaam deelnemen aan het economische verkeer. De man had hiervoor evenwel geen gegevens aangevoerd. Dat oordeel van het Hof vond de Hoge Raad te kort door de bocht. De Wet op de omzetbelasting gaat uit van het begrip ‘bedrijf’ en kent daaraan geen andere betekenis toe dan aan het ruime begrip ‘economische activiteiten’ zoals genoemd in de Zesde richtlijn. Het begrip economische activiteiten omvat alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter en ook (voorbereidende) werkzaamheden die zijn gericht op een duurzaam deelnemen aan het economische verkeer en werkzaamheden ter beëindiging van een onderneming. De (winst-)doelstelling of de resultaten van de handelingen of werkzaamheden als zodanig zijn voor het oordeel over het ondernemerschap niet relevant. De Hoge Raad geeft aan dat -ingeval het Hof voor zijn oordeel over het ondernemerschap uitsluitend van belang heeft geacht of de man in de jaren 1998 tot en met 2000 prestaties tegen vergoeding zou hebben verricht- het Hof dan van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan. Mocht het Hof toch zijn uitgegaan van de door de Hoge Raad aangegeven criteria voor ondernemerschap, dan heeft het Hof zijn uitspraak niet toereikend gemotiveerd. Het Hof heeft namelijk niets vastgesteld over het oogmerk van de man met betrekking tot de prestaties die hij van anderen heeft betrokken en waarvoor hij teruggaven van omzetbelasting heeft gekregen. De Hoge Raad heeft de hofuitspraak verwezen en de zaak verwezen naar Hof Den Bosch. Bron: Hoge Raad, 15-12-2006, nr. 42506 en PricewaterhouseCoopers.

Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.