Johan Smedema
Johan Smedema is de oprichter en vanzelfsprekend één van de beëdigde NVM-makelaars en beëdigde taxateurs die ons kantoor telt. Johan houdt de ontwikkelingen op Vastgoedgebied scherp in de gaten en bericht hierover op deze website.
Print
WOZ. Voorgeschreven waarderingsmethode voor bepaling WOZ-waarde niet altijd de enig juiste waarderingsmethode
Categorie: Algemeen
Gepubliceerd: 1-09-2008
Verzorgd door
24-06-2004
Verzorgd
door:
Mr J. Smedema
WOZ. Voorgeschreven
waarderingsmethode voor bepaling WOZ-waarde niet altijd de enig juiste waarderingsmethode
De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) bepaalt dat de waarde in het economische
verkeer de waarderingsmaatstaf is voor alle onroerende zaken. Afhankelijk van de soort
onroerende zaak, woning of niet-woning, zijn verschillende waarderingsmethoden bruikbaar.
Voor woningen is de vergelijkingsmethode een gangbare waarderingsmethode. Bij deze methode
wordt de waarde van een onroerende zaak vergeleken met soortgelijke onroerende zaken die
rond de waardepeildatum zijn verkocht. Dit worden de referentieobjecten genoemd.Verder
geldt voor referentieobjecten dat deze representatief moeten zijn voor het te waarderen
object. Er bestaat zelfs een op de Wet WOZ gebaseerde uitvoeringsregeling die deze
waarderingsmethode voorschrijft voor woningen. De Hoge Raad ziet echter dit voorschrift
slechts als een hulpmiddel en niet als de enig juiste waarderingsmethode voor woningen.
Volledig bericht
De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) bepaalt dat de waarde in het economische
verkeer de waarderingsmaatstaf is voor alle onroerende zaken. Daarbij geldt voor de waarde
het uitgangspunt dat de volle en onbezwaarde eigendom van de onroerende zaak kan worden
overgedragen en dat de verkrijger die onroerende zaak onmiddellijk en in volle omvang in
gebruik zou kunnen nemen (hierna: WOZ-waarde).
Afhankelijk van de soort onroerende zaak, woning of niet-woning, zijn verschillende
waarderingsmethoden bruikbaar. Voor woningen is de vergelijkingsmethode een gangbare
waarderingsmethode. Bij deze methode wordt de waarde van een onroerende zaak vergeleken
met soortgelijke onroerende zaken (referentieobjecten) die rond de waardepeildatum zijn
verkocht. Verder geldt voor referentieobjecten dat deze representatief moeten zijn voor
het te waarderen object.
Er bestaat een op de Wet WOZ gebaseerde uitvoeringsregeling die de vergelijkingsmethode
uitdrukkelijk voorschrijft voor woningen. Dit voorschrift blijkt in de praktijk wel eens
tot de misvatting te leiden dat daarmee alle andere waarderingsmethoden voor woningen niet
bruikbaar zouden zijn. Zelfs Hof Leeuwarden was deze opvatting toegedaan. Uiteindelijk
moest de Hoge Raad eraan te pas komen om de zaak recht te zetten.
De Hoge Raad gaf aan dat in de uitvoeringsregeling neergelegde regels voor de onderbouwing
en uitvoering van de waardebepaling hulpmiddelen bevatten om te bereiken dat het
wettelijke waardebegrip (met het eerdergenoemde uitgangspunt) wordt gehanteerd. Bepalend
blijft echter dat de waarde in het economische verkeer die overigens ook op andere wijzen
kan worden bepaald. De Hoge Raad vernietigde daarop de hofuitspraak en verwees de zaak
naar een ander Hof om te beoordelen of de waarden genoemd in taxatierapporten van woningen
ook bruikbaar zijn als WOZ-waarde.
Bron: Hoge Raad, 11-6-2004, nr. 39467
Europaplein 6, 6591 AV Gennep, Telefoon 0485
51 24 95, Fax 0485 51 75 32
info@smedema.nl
www.smedema.nl
Wij zijn niet aansprakelijk te stellen voor onjuiste of onvolledige informatie die in de nieuwsartikelen vermeld staan; er zijn aan deze gegevens geen rechten te ontlenen. Uiteraard zijn de nieuwsartikelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld.